zondag 6 september 2026

Ondergang

 


Wie een boek de titel ‘Ondergang’ (Uitgeverij Ertsberg, https://ertsberg.be/boek/ondergang/)  meegeeft vraagt om een vergelijking met ‘Der Untergang’. En ergens heeft  Bart Maddens, zowat één van de laatste openlijke Vlaamsgezinde docerende professoren, gelijk als je zijn getuigenis leest. Wat een krabbemand.

Maddens komt uit een Vlaamsgezind nest en ging al als kleine jongen naar Diksmuide. Eerst begin juli, later eind augustus. De familie komt over als een klassieke Vlaamsgezinde familie met een afstand tot de partijpolitiek.

In 12 hoofdstukken volgen we de belevenissen van Maddens en de Ijzerbedevaart: gaande van zijn jonge West-Vlaamse jaren, over KVHV-Leuven, het toetreden tot het Ijzerbedevaartcomité als verdediger van Daels, eerst als vriend van Lionel Vandenberghe maar later als tegenstander tot het fysiek afscheid nemen van de kruiskop in Diksmuide.

Ik ga niet in detail gaan op alles wat er in het boek staat. Het is vooral een getuigenis. Maar er zitten een aantal duidelijke lijnen in.

Vlaams ruziën

Vooreerst het gegeven ‘Vlaamse Beweging’. Wie het boek over Ferdinand Snellaert heeft gelezen mocht zich al afvragen hoe het kan dat de Vlaamse Beweging het zo lang heeft uitgezongen. Na dit boek is het wel duidelijk dat er nooit lessen zijn getrokken uit dat verleden met als gevolg dat die nauwelijks gestructureerde beweging vaak afhing van personaliteiten met eigen meningen.

De kern van de ondergang is dat waar de Ijzerbedevaart lang als parel op de kroon van Vlaams Bewegen werd aanzien die bedevaart van in de jaren ’70 in een identiteitscrisis is verzeild. Modernisering van het programma botst op kritiek bijvoorbeeld. Een internationalisering naar kleinere volkeren ook. Maar de discussie rond het zingen van ‘Die Stem van Suid-Afrika’ op welke plaats in het programma brengt dat op de weide zelf.

Daarnaast sterft de generatie die de oorlog meemaakte uit. Waar veel legaten naar de toren gingen verdween dat stilaan terwijl de toren zelf duidelijk slijtage vertoonde. En dus wat nu?

Eigenlijk is de kern van het boek ook de jaren ’90. Met het Egmont-pact is de verdeeldheid in de Vlaamse Beweging op de straatstenen beland. Waar het daarvoor kleine groepjes in de marge werden genoemd verandert dit op 24 november 1991. In de nasleep van de val van het Ijzeren Gordijn verandert de publieke opinie qua thema's. Immigratie staat ineens centraal. 

Het Ijzerbedevaartcomité bevat vooral wat gemakshalve ‘de gematigden’ die de controle willen behouden over de gang van zaken. Komen daarbij: cabinettards van de Volksunie zoals Paul De Belder. Of Dirk Demeurie. In de zoektocht naar geld komen al snel de subsidies van de Vlaamse overheid in het zicht en vormt het comité zich om naar een VZW en wil het weg van het politieke maar toeristisch worden. En daar passen de radicalen niet in. En laat die het scenario niet door hebben en te laat reageren.

Het gevolg is een open oorlog binnen en met de Vlaamse Beweging die in 1996 uitloopt op relletjes. Maddens zelf geeft aan dat de beelden een overdreven beeld geven en dat het comité zelf eigenlijk de zaak niet onder controle had. Maar daarover verder meer in een eigen stukje.

Twee stukjes die volgen verdienen wel meer aandacht.

Amnestie

Het amnestie-verhaal. Decennia heeft de Vlaamse Beweging campagne gevoerd om amnestie te krijgen voor de politieke veroordeelden. Hij haalt zelf het decreet Suykerbuyk aan – de man overleed dit jaar – dat vernietigd werd door het Grondwettelijk Hof. Maar even goed zou de afwijzing van de heropening van het proces Laplasse kunnen genoemd worden (1997). Frans-Jos Verdoodt sprak in 2000 het ‘historisch pardon’ uit. Iets wat hem aardig wat kritiek opleverde van onder meer… Bart De Wever.

Maar het is wel duidelijk dat de lokale discussie is overgoten met een internationale context waarbij de geschiedenis terug geïnstrumentaliseerd is geworden, dit maal in de strijd tegen ‘extreem-rechts’. Was dat begin de jaren ’90 met de reeks van Maurice De Wilde over die kwestie nog echt lokaal – en die uitzending had al aardig wat voeten in de aarde, tot een gerechtsdeurwaarder in de gebouwen van de toenmalige BRTN -en met aardig wat nuance dan verdwijnt die.

De Ijzerbedevaart kwam dus eigenlijk terecht in de culturele strijd uit die tijd. Een strijd die vandaag nog steeds wordt gevoerd uit die sector. En dat levert vuurwerk op. Zoals bij de deelstaatverkiezingen in Saksen-Anhalt vandaag. De cultuur beschouwt zich als het geweten en daar horen subsidies bij. Waar er geen verantwoording wil over afgelegd worden overigens.

Teleurstelling

Tot slot de partijpolitiek. De vader van Maddens heeft ooit op een lijst van de VU in Kortrijk gestaan. Zonder succes. En lang gaf Maddens toch de indruk in de slipstream van de N-VA te zitten. In het boek zijn de afwijzingen van de radicalere groepen en personen ook wel duidelijk. Maar zijn teleurstelling over wat de N-VA doet op bestuurlijk vlak is even duidelijk.

Het is een vlot geschreven boekje met een getuigenis van iemand die niet op de eerste lijn stond. Maar het blijft een getuigenis. En evengoed een getuigenis van hoe een vereniging niet moet werken: ellenlange vergaderingen naast de kwestie terwijl de essentie elders wordt beslist. De zoektocht naar gemakkelijk geld waarvoor principes mogen sneuvelen. In dat opzicht is het ook opvallend dat de Vlaamse Regering nu zwaar beknibbelt aan de subsidies voor Vlaamsgezinde organisaties, en dan reken ik het Ijzerbedevaartcomité er gemakshalve nog bij.  

Persoonlijk

Het was enkele dagen na de Ijzerbedevaart van 1996 toen ik één van de laatste keren binnenwandelde op de Universiteitsstraat 8 en de bibliotheek van de Politieke wetenschappen. Op het voorblad van ‘De Morgen’ stond een foto van een verwaaide Wim Verreycken en een hand die van uit de achtergrond kwam met een grijze pet met 5 sterren. Het was de mijne. En toen professor Reynaert – nu vice-rector – me zag wees zijn blik en houding er op dat hij dat ook wist. In de nasleep schreef ik nog een vrije tribune die ‘De Standaard’ wel haalde maar ‘Gazet van Antwerpen’.

Was 1996 een slimme zet? De strijd was toen eigenlijk al gestreden. 30 jaar later is er het resultaat.

Nu goed, mijn familie was vroeger nog naar de Ijzerbedevaart geweest. Via mijn overleden grootvader kreeg ik een sticker van de Ijzerbedevaart van 1984 met de slagzin ‘Volk wordt staat’. Hij kleeft nog altijd in mijn studentencodex die net als ikzelf uitgezet is in de breedte.

In 1991 trok ik voor het eerst naar de Ijzerbedevaart en zat ik op de trein met de vader van mijn lerares geschiedenis waar ik net afscheid van het genomen. Die zou nooit naar Diksmuide gaan. Volgde de stormbedevaart – zowel qua weer als politieke boodschap toen – van 1992. En 1995 zal ik ook niet snel vergeten toen Britse neo-nazi’s de zaal waar de traditionele zangavond van Voorpost doorging bestormden omdat ze dachten iemand te zien met een truitje van de IRA. De rijkswacht had die avond geen haast.

Maar dat is ondertussen 30 jaar geleden. De Ijzerbedevaart is ondertussen vergeten. Waar de manifestatie ooit de koppen domineerde is het hooguit nog een voetnoot. Hetzelde overigens met de Ijzermeeting – opvolger van de wake – die tenminste nog een politieke boodschap wil brengen. Maar de massa’s? Ho maar.

Nee, het thema ‘Vlaanderen’ mobiliseert niet. Of toch niet meer. En aan wat zou dat moeten liggen?

Vooreerst is het een vaststelling dat in Schotland en Catalonië die bewegingen een brede impact hebben op de samenleving. Niet dat het electoraal zo’n verschil is.

Misschien ligt het wel aan het feit dat politieke actie steeds meer in de verdoemenis wordt geduwd? De verGASsing van de samenleving? En soms lijkt wel dat er met twee maten en twee gewichten wordt gewerkt. Politiek Brussel is op vlak van ordehandhaving – of handhaving tout court – een curiosum.

Maar er is de Vlaamse Beweging zelf die ook maar sporadisch over de grenzen heen wil samenwerken. Ieder heeft zo zijn tijdelijk bezwaar… De grote verenigingen haakten al vroeger af. De cultuurfondsen, de VTB-VAB,…

Of is de discussie over staatsstructuren zonder inhoud een discussie over het geslacht van de engelen? Of is het een feit dat de wrok tegen België – die de na-oorlogse generatie droeg – onvoldoende om een concrete invulling te hebben? Er is nu wel een Vlaanderen maar sinds paars-groen in 1999 is de dynamiek van dit Vlaanderen weg. Het blijkt vooral een Belgisch doorslagje met leeuwtje bovenaan te zijn.

En ergens begrijp ik Maddens in het slot wel. Een verleden dat enkel ballast heeft kan je niet blijven meedragen. Om het vrij te zeggen naar Mylène Farmer: je vindt de onschuld enkel door onverschilligheid.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten