Luc Pauwels (Antwerpen, 1940) valt dan wel ondertussen onder de groep bejaarde heren maar daar stopt het dan ook. Met ‘Tekos’ (vroeger Teksten, Kommentaren en Studies) heeft hij nu al enkele decennia het uithangbord van Nieuw Rechts in Vlaanderen en Nederland onder zijn vleugels.
Tegenreactie
Met ‘De conservatieve revolutie in de Lage Landen’ geeft hij een inleiding op een tegenreactie tegen de Franse Revolutie. Het is een smalle bandbreedte tussen bewegingen die verder wilden gaan dan de Franse Revolutie en de reactionairen die een herstel wilden van de oude tijd. Die reactie is al zo oud als de Franse Revolutie maar kreeg vooral vorm na Wereldoorlog I. Het interbellum is de tijd waar de ideologieën scherper vorm kregen.
Die revolutie is geen nationale revolutie maar een Europese met filosofen in heel wat landen vanuit Rusland (Dostojevski), Italië (Pareto) maar dus ook de lage landen. De basis is het standaardwerk van Armin Mohler ‘Die Konservatieve Revolution in Deutschland 1918-1932’.
Die periode is heel verschillend in Nederland en Vlaanderen. Nederland kent geen oorlog waardoor het revolutionaire potentieel in Vlaanderen op dat moment veel groter is.
Het boek zelf is kort maar niet voor wie geen voorkennis heeft.
Aspecten en figuren
Zoals eerder aangehaald is één aspect in dit verhaal de na-oorlogse periode en de ideologische ontwikkelingen, een tweede is de breuk met de kerken, een derde is afstand nemen van de huidige grenzen en zoeken naar historische grenzen, als vierde de oorlog zelf en tot slot de massificatie van politiek.
Daarnaast bespreekt hij de strekkingen: de ‘Volksen’ (‘De Taal is gansch het volk) met figuren als Rodenbach, Wies Moens en Cyriel Verschaeve in Vlaanderen. Er zijn ook de ‘jong-conservatieven’ die maar beperkt in Vlaanderen voorkomt met vooral Joris Van Severen. Pauwels is zeer geïnteresseerd in die figuur. Over de invloed van de Franse wereld op Van Severen is er ook nog het werk van Eric Defoort over de ideologische band van Van Severen met Charles Maurras.
Tot slot vermeld hij de ‘nationaal-revolutionairen’ met de gebroeders Daens als meest gekende. Die zijn vooral anti-liberaal en Pauwels noemt ze revolutionair. Al is revolutie daar eerder een stap buiten bestaande structuren. Maar er zijn ook een aantal sociaal-revolutionairen zoals Boudewijn Maes (eerste frontervolksvertegenwoordiger uit Gent) en Roza De Guchtenaere.
En Erich Wichman is daar een figuur die eerder bekend is als de stichter van de Rapaille Partij die met de zwerver onder de naam ‘Had-je-me-maar’ als aanklacht tegen het algemeen stemrecht in de raad van Amsterdam verkozenen kreeg tot de politie ingreep.
Veel ernstiger hier is Hendrik De Man, kopman van de sociaal-democraten in de jaren ’30 die naar een nieuwe synthese zocht van socialisme en nationalisme.
Slot
Het is een dun boekje dat uitnodigt tot verdere lectuur maar die een beeld geeft van een beweging die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog soms met maar soms ook tegen de nieuwe orde ging. Net zoals die inging tegen de sociaal-democratie en de liberalen inging. Wie vandaag klaagt over ‘illiberale’ krachten: ze zijn er altijd geweest.
Het boek van Luc Pauwels verscheen bij ‘De Drie Stromen ‘ (https://www.driestromen.be/p/de-conservatieve-revolutie-in-de-lage-landen/) en is ondertussen aan de tweede druk begonnen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten