zaterdag 4 juli 2026

Reisverhalen 2026: macro-lens

 

 
Begin dit jaar kocht ik me een macro-lens voor mijn fototoestel. Ideaal voor portretfotografie maar ook bloemen en insecten. Met de exotische tuin van Georges Delaselle op Ile de Batz, Ile de Bréhat (toch het bloemeneiland) en het Parc du Thabor in Rennes een uitgelezen kans.
Dat laatste – waar honderden soorten rozen staan – bleek niet meer te kloppen. Je kan het onmogelijk iemand verwijten want de hitte hield lelijk huis.
 
 
 
 
Het feit dat ik er rondwandelde leverde wel de enige ontmoeting van betekenis op. Een oudere man wandelde met zijn 2 honden langs het vijvertje waar ik een libelle probeerde te fotograferen. Dat bleek met veel geduld uiteindelijk niet te lukken maar wat volgde was een gesprek in het Engels en Frans door elkaar over fotografiemateriaal. De man kende Gent – moet je eens tegen een Bretoen proberen uitleggen – want had gestudeerd in Rijsel en had een heel aantal posten gehad in het buitenland. Zijn Engels was dan ook vér boven het niveau van de modale Fransman. Of Bretoen in deze.
 
Maar hey, het is een poging. Ik zet de foto’s voor wat ze zijn. 














 

Reisverhalen 2026: verval

   

Bretagne zonder scheepvaart kan niet. Maar ik wou verval ook eens bekijken.
 
In 2022 was er het anker van de Amoco Cadiz in Portsall. Die ramp is wijd en zijd gekend.
 
Maar wat met maritiem erfgoed? Er zijn scheepskerkhoven. Na het bezoek aan Saint-Suliac ging het naar Quelmer voor het lokale scheepskerkhof. Verwacht geen romantiek maar verval. Wrakken die liggen te rotten met zicht op de zee waar ze jaren hun ding deden.
 
Enkele dagen later was het de beurt aan een kleiner kerkhof bij Plougrescant. Het laatste van die soort in het departement Côte d’Armor naar ik vond.
Het meest gekende is wel dat Le Diben in Plougasnou maar dat lag te ver om nog te doen. 








 

Reisverhalen 2026: Macaber

 

Het kasteel van Combourg werd opgericht in de 12e eeuw als een verdedigingswerk in een streek waar regelmatig oorlogen werden uitgevochten. Het is deels te bezoeken – want nog bewoond- maar er mogen binnen geen foto’s genomen worden. Het zou inbrekers eens kunnen inspireren. François René de Chateaubriand bracht er zijn jeugd door. Een figuur uit de Napoleontische periode waar het standbeeld aan de voet van het kasteel en het meer staat.
Nu, in het kasteel is er sprake van twee spoken. Eén er van zou het houten been zijn dat op de grond tikt van een man wiens been werd afgeschoten tijdens een slag.
Het tweede spook staat al aan de ingang: een zwarte kat. Bij de bouw van het eerste kasteel is een zwarte kat levend ingemetseld om het kwaad te verdrijven. Bij de renovatie in de 19e eeuw werd het kadaver gevonden en het staat nu ten toon in een ruimte waar de slaapkamer van François René de Chateaubriand is gestald die uit Parijs (waar hij overleed) is overgekomen.
Dus ‘Chat’ in ‘Chateau’…
 
De kapel in Kermaria-en-Isquit in Plouha is macaber om een andere reden. In opwarming (ja, flauwe grap) naar het nieuwe boek van Stijn Hiers - auteur over de geschiedenis van Vlaanderen in bieretiketten nam ik zijn boek ‘Vrijheid en whisky’ over de geschiedenis van Schotland met als illustraties whiskyetiketten mee. Een boek waarin de Vlaamse rol in Schotland ook duidelijk wordt toegelicht.
Een passage daar is de ‘Danse macabre’. Niet het stuk van Saint-Saëns maar kerkillustraties uit de pestperiode waarmee duidelijk werd gemaakt dat de pest iedereen trof. En daar is deze kapel ook nog rijkelijk mee versierd. Eigenaardig wel want de Franse revolutie – los van de huidige tendens om kerken ofwel af te breken ofwel ze te vernielen zoals in Nantes enkele jaren terug- heeft veel vernield.
Er stond ook een kaartje met andere plaatsen waar dit te bezoeken is en verdomd… eentje bezocht ik ruim 20 jaar terug in een gefortificeerde kerk in Slovenië, meer bepaald in Hrastovlje.
En enkele jaren later dook die Danse macabre op bij Laibach… wie denkt dat Rammstein mafketels zijn… think twice. Laibach zijn Slovenen die in de jaren ’80 niet meer mochten optreden bij de communisten daar en als inspiratie dienden voor Rammstein. Laibach is de Duitse naam van Ljublijana en dat op zich is al gevoelig daar. Maar die mannen dansen wel met wat meer dan de pest. Oh ja… 
 
 

donderdag 25 juni 2026

Reisverslag 2023 Roi des Coeurs

Op de laatste dag volgde nog een bezoekje aan een Bretoense whiskydistilleerder.
 
Voor het bezoek aan distilleerderij La mine d’or werd het 45 minuten rijden van Auray naar het binnenland van Bretagne. Ploërmel met name.
Stéphane Kerdode was vroeger één van de leidende figuren van de brouwerij Lancelot. Sommigen kennen die misschien van de Breizh Cola (nu ook in light en zero versie te vinden. In Bretagne). Maar in 2016 ging die zelf verder, kocht een oude hoeve en renoveerde die. En bouwde uiteraard bij aan.
De naam Galaad was een logische keuze: Galaad (of Galahad) is de al dan niet bastaardzoon van Lancelot. Zoals vorig jaar al gezegd: de Bretoense versies over Koning Arthur durven nogal eens verschillen… de man van het toeristisch treintje bracht het zelfs zo ver om hem in de 10e eeuw te zetten als architect van het kasteel van Auray.
Opgestart in 2016 botste de distilleerderij al snel op Covid. Wat maakt dat ze eigenlijk pas sinds 2022 te bezoeken is. Bij Naguellan wisten ze me er vorig jaar al over te vertellen. Maar ondertussen zijn de brouwerij (niet te bezoeken) en de distilleerderij van elkaar gescheiden.
Dat wist mijn gidse te vertellen. Want ik was… de enige bezoeker op dat moment. En dan wordt het leuk want dan kan je vragen stellen.
De distilleerderij zal deel uitmaken van de groep die naar een eigen etiket streeft voor de Bretoense whisky. Naast whisky wordt er ook gin (met aardbeien) en een muntdrankje gemaakt op 24% alcohol. Dat Britse toeristen – die er blijkbaar veel minder zijn – dat gaan lusten lijkt logisch. Maar niet echt mijn ding.
Maar goed de rondleiding begon in de brouwerzaal. Whisky en bier beginnen eigenlijk op dezelfde manier. Behalve mouten doet de distilleerderij alles. Klassiek. En het is gerst. De liefhebbers van boekweitwhisky zijn er meteen aan voor de moeite… Ze kijken uit naar Bretoense gerst. Water komt uit het Brocéliande-bos. 
 
De vaten zijn in een eerste fase Bourbon-vaten geweest maar ze werken nu met Europese eik die in vaten wordt verwerkt in de Bordeaux-streek door een ambachtsman. Voor één botteling is de branding zo sterk dat je de indruk krijgt dat het een sherry-finish is maar niks daarvan.
Er zijn 2 verschillende distilleer-installaties: één volcontinu en één die we bij whisky eerder kennen (zie beide foto’s). Er wordt daar 2 keer gedistilleerd.
 
Zoals gezegd: rijping gebeurt in vaten van Europese eik: de basis zijn de verse vaten uit de Bordeaux en narijping gebeurt in cognac-vaten. Een tendens die meer en meer opduikt en in de Bretoense context logisch is. De productie bedraagt 400.000 flessen per jaar. Dat is niet heel veel maar in lijn met onder meer Les Menhirs (Eddu) en Armorik. De warehouse gaf nog niet echt veel reuk – wat je toch verwacht.
Maar goed, dan het proeven…
 
Zoals gezegd: de eerste botteling was op Bourbon (2017) maar die was er niet meer. Dus kreeg ik de 2018 op Franse eik met een alcoholvolume van 44.5% . Een aangename whisky – een beetje aperitief – met een lange nasmaak. De distilleerderij verdunt de whisky van ruim 60% alcohol over een periode van 5 maanden naar het alcoholniveau zoals vermeld om de smaken en de geuren niet te verdrinken.
De tweede was een rum-finish. En dat mag je gerust zeggen: de vaten worden vol gekocht, geleegd (en gebotteld) waarna vrijwel onmiddellijk de whisky in
het vat gaat. Om er uit te komen met 48% alcohol. Een stevige knaap die zich laat gelden en zeker niet te zoet is. En dat is iets waar ik niet voor te vinden ben.
 
De derde botteling had het daarmee wat moeilijk: La table des Chefs. Op 47.1% maar een project van de distilleerderij met de sterrenzaken in Bretagne. Dat moeten er een 40-tal zijn met een nogal sterke concentratie rond Vannes. Dit is een mix van enkele vaten met nuanceverschillen en wordt enkel verkocht in de lokale shops of via die restaurants die ze in bereidingen gebruiken. Bij kreeft bijvoorbeeld. Iets voor de modale jan.
 
Maar uiteindelijk keerde geen enkele van die flessen mee terug.
 
Vorig jaar had ik het bij ‘Les Menhirs’ ( https://www.distillerie.bzh/whiskies/)) over de brand in het bos van Brocéliande. Een deel van het mythische bos ging in vlammen op. Er is maar een deel van dat bos beschermd. Maar het raakte de echte Breton duidelijk diep in ’t hart.
 
De zoons van Stéphane Kerdode krijgen op zomerzonnewende – 21 juni voor de ongelovigen onder ons – een vat dat ze mogen bottelen voor het goede doel. ‘Le Roi des coeurs’ krijgt een etiket getekend door een lokale kunstenaar en dat maakt iedere botteling uniek. Ik heb de kans niet gehad om die te proeven. Maar ze mag nu wel plaats nemen in de voorraad. Een beetje duurder, dat wel.
 
Het doel dit jaar is een perceel van het bos van Brocéliande te herbeplanten om Europese eik zodat die binnen 80 jaar hopelijk kan dienen om nieuwe whisky te laten rijpen. En zo niet? Merlijn houdt wel een oogje in het zeil zeker?
En kwestie van alles in stijl af te werken: ruim een kilometer verder was een ‘routier’ waar je voor een heel zacht prijsje een verzorgde lunch kan nemen… kan het meer vakantie zijn om af te sluiten?

zondag 24 mei 2026

Boekbespreking 'Ferdinand Snellaert - pionier van de Vlaamse Politiek (1809-1872)

Vergeten…

Ludo Stynen is met ‘Ferdinand Snellaert – pionier van de Vlaamse politiek’ (1809-1872) – toe aan een nieuwe vuistdikke biografie. ‘Wie?’ hoor ik u zeggen. Het is zowat uit mijn NSV-periode – toen ik een overzichtje had gemaakt van figuren uit de Vlaamse Beweging in Gent – dat de naam nog eens bij mij was gevallen. En was ik er stellig van overtuigd dat er wel een straat ging zijn met zijn naam (het Van Duyse-plein was in diezelfde studentenjaren meer dan gekend) bleek dat een park in de buurt van het Campo Santo in Sint-Amandsberg naar hem was genoemd. Snellaert was van oorsprong van Kortrijk en heeft daar wel een straat.

Dus, was de naam niet onbekend, ik had geen idee wat de man eigenlijk had gedaan. Bij de boekvoorstelling in de boekentoren van de Gentse universiteit (in aanwezigheid van voormalig Vlaams minister-president Geert Bourgeois en voormalig Vlaams Belang-parlementair en redactiesecratis van Tekos Peter Logghe) werd het een avond met Johan Vanhecke in het panel over de figuur Snellaert (waarvan het borstbeeld waakte over de avond) maar over de brede Vlaamse Beweging. De opkomst was eerder beperkt.

Boekentoren

De Vlaamse Beweging in de 19e eeuw is een heel ander verhaal dan de beweging die na WO I vorm zal krijgen. Wat wel is en blijft is de verdeeldheid. Het boek zelf is 640 bladzijden dik met pagina’s verwijzingen want één ding is wel duidelijk: de briefwisseling en de bibliotheek van de arts zijn bewaard in de bibliotheek van de universiteit. Anders dan in Leuven waar in 1914 de universiteitsbibliotheek in brand is gestoken door de invallende Duitsers is die wel bewaard.

Om de Vlaamse Beweging te kaderen wordt de veel geciteerde historicus Lode Wils aangehaald. Die hanteert de stelling dat het anti-belgische karakter van de Vlaamse Beweging door de Duitsers tijdens WO I is geïnjecteerd. Al lijkt dat eerder voort te komen uit pragmatisme in die kringen ook al omdat er van steun uit Nederland weinig sprake te zijn.

Petitionement

De ‘pionier van de Vlaamse politiek’ komt vooral omwille van het ‘Petitionnement’ van 1840 waar voor de eerste keer de Vlaamse eisen geformuleerd worden naar Brussel. Maar Snellaert zal ook proberen te wegen door stemadviezen en zelf verkozen proberen te raken in Gent. Hij was ook een vriend van Ledeganck die als eerste Nederlands zal spreken in de Oost-Vlaamse provincieraad. Hij bleek ook een onvermoeibare lobbyist (nog voor dat woord bestond vermoedelijk) bij de politieke verantwoordelijken om het Nederlands in het onderwijs en de rechtspraak te laten erkennen.

Pragmatisch

Het beeld dat je krijgt van Snellaert is dat van iemand die soms op de slappe koord moest dansen om eenheid te proberen houden maar anderzijds ook principieel en polemisch kon zijn. Bijvoorbeeld voor de standaardisering van het Nederlands en de uitgave van een Nederlands woordenboek. Die er zich niet van weerhield kritisch te zijn zelfs voor medestanders waaronder Conscience maar vermoedelijk daardoor ook wel benoemingen misliep. Die diep in zijn hart orangistisch was maar Vlaanderen binnen een Belgische context wou houden al was het maar omdat aan beide kanten van de grens er beelden bestonden dat het land ofwel Frans ofwel Duits moest worden. Iets wat hij geen van beide wou.

Zijn politiek einde zal dan ook het gevolg zijn van zijn pogingen om de partijpolitiek buiten de Vlaamse Beweging te houden. In een tijd waar liberalen en katholieken tegenover elkaar stonden was dat een houding die niet altijd op waardering kon rekenen.

Wist je dat-jes

Een heel interessant stuk is ook de passus over zijn werk als arts in de Gentse beluiken (waar de boekentoren eigenlijk op één van de oude beluiken staat). Zeker bij de epidemie van 1848 waar 2% de Gentse bevolking zal overlijden aan cholera en tyfus. In 1867 zou hij in een straal van 2 kilometer rond zijn woning 7000 huisbezoeken gedaan hebben. En dan nog was het niet genoeg: een klant betwiste een rekening van 8 huisbezoeken aan 3 frank (van hogere klasse…) omdat dat volgens haar 23 frank was. Klachtenbehandeling,  het is wat…

Een totaal ander deel in het boek is dan weer pseudo-medisch: Franstalige medici die met frenologisch (schedelmetingen)  onderzoek wilden bewijzen dat Vlamingen van nature lui zijn. Het zou een kleine 100 jaar later tot iets anders leiden.

En dat de man mee investeerde in de spoorwegen – waar hij zelf graag gebruik van maakte – is ook leuk. Vooral omdat hij bijvoorbeeld mee investeerde in de spoorlijn van Gent naar Eeklo…

Vlaamse Beweging – sociale beweging

Interessant is ook een reeks passages over de verhouding tussen de Vlaamse Beweging en de opkomende arbeidersbeweging. Snellaert probeerde daar een band mee te vormen vanuit een democratische inslag waarbij het voor de arbeiders ook van belang was dat de volkstaal erkend werd. De ‘Grievencommissie’ die ongeveer 15 jaar na het petitionnement volgde eiste nog eens het gebruik van het Nederlands in onderwijs, gerecht en leger. Iets wat vanuit Franstalige hoek als ‘onvaderlands’ werd afgeschilderd. De breuk tussen de arbeidersbeweging zou er komen rond 1860 toen die zich radicaliseerde en taaleisen bijkomstig vond.  

Reizen

Overigens schrijft hij in een tocht door Wallonië – naast heel wat beschouwingen over de ‘aard’ van de Walen – over de gebrekkige verhoudingen tussen Wallonië en Vlaanderen als het ging over infrastructuurinvesteringen. Iets wat een 30 jaar geleden is beschreven door prof. Juul Hannes en waar duidelijk berekend is dat er nooit transfers van Wallonië naar Vlaanderen zijn geweest in die tijd. Al wordt dat tot vandaag nog steeds voor waar verkocht vooral door de PS. Later volgt een treinreis door Frankrijk in de stijl van de Amerikaanse en Japanse toeristen van vandaag door Europa. Opvallend is de aandacht voor het Catalaans in Frankrijk en de opmerking dat in Frankrijk het vooral Parijs (toen nog niet volledig heringericht) en enkele steden zijn die alle aandacht krijgen. Er is nog niks verandert op dat punt.

Merkwaardig is ook dat een volksvertegenwoordiger De Maere in 1869 in het parlement statistisch bewees dat de achterstand van de Vlamingen vooral aan een gebrek van onderwijs in de volkstaal lag maar dat dit ook aan het vrij onderwijs lag. Schoolstrijd en taalstrijd… En opmerkelijk is ook zijn voorstel om Vlamingen in Wallonië te laten werken maar omgekeerd de Walen dat ook in Vlaanderen te laten doen. Qua actualiteit kan dat wel tellen.

Internationale context

De auteur maakt in zijn boek ook de verwijzing naar het feit dat de Vlaamse Beweging – voor zover dat ooit een eenheid is geweest – niet dat nationalistische karakter van vandaag heeft. Dat klopt uiteraard. Het blijkt dat de internationale gebeurtenissen rond 1848, de contacten in Duitsland en de interesse voor wat er in Hongarije in Tsjechië gebeurde daar wel mee vorm aan gegeven heeft. Er is ook een radicalisering op het einde van de 19e eeuw die mee zal leiden tot het activisme tijdens WO I (waar het werk van Daniël Van Acker nog steeds . Aan de andere zijde van het front – zoals bij nogal wat legers aan het front – zorgt dat tot de Frontbeweging die na de wapenstilstand elkaar gaan vinden. Het taalgebruik uit de tijd van Snellaert zou vandaag trouwens onmogelijk nog gebruikt kunnen worden.

Willemsfonds

Maar het meest kenbare dat verder leefde en nog wel wat leeft is zijn rol in de oprichting van het Willemsfonds. Een fonds dat er vooral naar streefde het Nederlands te populariseren bij de midden- en lagere klasse door goedkope boekjes en prijzen in het onderwijs. Het zal ook onder meer daar zijn dat Snellaert zal botsen met Julius Vuylsteke die de nieuwe lichting Vlaamse Bewegers (met onder meer ook Emile Moyson) in Gent mee vorm zal geven en in een doctrinaire liberaal-vrijzinnige richting zal sturen.

Einde

Na de botsing met Vuylsteke zal Snellaert terug plooien op de literatuur. Zijn voorliefde voor Van Maerlant blijft bestaan. Niet dat het altijd zo gemakkelijk ging want vaak bleven bronnen en manuscripten gesloten. Na een kort sterfbed zal hij overlijden in 1872 en een jaar later begraven worden op Campo Santo om stilaan vergeten te worden…

Het boek is zeer rijk aan informatie. Het geeft een beeld van hoe de jonge Belgische staat werkte – met alle teleurstellingen die dat gaf aan Vlaamse zijde -  maar ook de politiek en het cultureel Vlaamse leven in Gent en de verstandhouding met steden als Antwerpen en Leuven.

En eigenlijk is het boek nog actueel ook door alle beschouwingen op de politiek…

Het boek is uitgegeven bij drukkerij Ertsberg.

donderdag 14 mei 2026

Iron Maiden – Burning Ambition

 

Tsja, Iron Maiden. Net als AC/DC was het op het CM-kamp in Zwitserland dat ik er eerst van hoorde. Cassetjes die – soms te luid naar mening van de leiding – werden afgespeeld. Cassetjes die opgenomen waren van andere en zo voorts en zo verder. Het zou zo zijn dat ik enkele jaren later kennis maakte met Metallica. En ander spul.

Maiden heeft een aantal iconische songs. Al zijn die vooral uit de jaren ’80. Het maakt dat veel leden ondertussen zelfs de pensioengerechtigde leeftijd van Bart De Wever al enkele jaren achter zich gelaten hebben.

En wat staat het dichtste bij een concert zelf? De bioscoop toch wel.

Burning Ambition geeft de carrière van Iron Maiden weer : van een niet-begrepen groep uit de Londense East End met een trouwe aanhang tot vandaag. Niet door directe interviews – de leden doen vooral voice overs- maar door beeldmateriaal. En waar vooral een beeld van een grote familie wordt voorgeschoteld. Niet dat er geen personeelswissels zijn geweest. Verre van. Zelfs Bruce Dickinson ging ooit solo al onthouden we daar toch vooral ‘Elected’ van met Mr. Bean. Sommigen zouden er de politiek van vandaag kunnen in zien.

Echt nieuw is het niet. ‘Metal Evolution’ van Sam Dunn (ondertussen ook al 15 jaar oud) tekende al een heel deel van het verhaal van Iron Maiden en de illustere NWOBHM. En elementen als het verbranden van albums omwille van vermeend satanisme zijn ook al lang aangehaald. Wat soms minder in beeld komt is dat de leidster van die beweging, Tipper Gore, de echtgenote is van ex-presidentskandidaat voor de Democraten en milieugoeroe Al Gore.

Een mooi deel is het optreden in Polen in 1984. Toen was rock in het communisme westerse decadentie. Dat belette niet dat duizenden Poolse youngsters de optredens gingen bijwonen van een groep waar ze enkel… gekopieerde cassetjes van hadden. Optredens waar de politie de security deed en op het einde vrolijk mee feestte.

Een leuk tijdsdocument van een groep die stilaan de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt maar toch vrolijk verder blijft rocken. Tot genoegen van de fans van Maiden want het zal toch niet vaak voorvallen dat een groot deel van de zaal gevuld zit met fans met T-shirts van de groep.Of mensen die nooit van Iron Maiden hebben gehoord - er zullen er wel zijn - hier iets aan hebben is de vraag. 

zaterdag 9 mei 2026

Lokale verkiezingen in het VK

De lokale verkiezingen gaven grotendeels wat voorspeld werd. Grote winst voor Reform UK en de groenen, zwaar verlies voor de ‘traditionele’ partijen behalve de Liberaal-Democraten maar mijn interesse ging toch eerder naar iets anders.

Reform is de grote slokkop met ongeveer 1500 gemeenteraadszetels winst. De groenen een kleine 400. Reform neemt 14 meerderheden, de groenen 4.

Nu goed, één ding is zeker te onthouden: gemeenteraden worden maar deels vernieuwd. Het maakt dat een grote winst niet altijd tot besturen leidt. Neem nu Burnley. Zeker gekend. In wat ooit de rode muur van Labour was maar waar zo’n 25 jaar terug de ondertussen vergane BNP de nationale pers haalde. Nu: 15 zetels te begeven, 11 winst voor Reform en 1 behouden. En nog opvallender: Labour wordt en masse geslacht. De partij verdwijnt soms gewoon uit de raden.

Nog zo’n stadje: Stoke-on-Trent. Reform had er niks en haalt meteen de absolute meerderheid in het district waar diezelfde BNP bij tussentijdse verkiezingen enkele jaren na Burnley sterk uit de hoek kwam. En even klassiek: de Londense East-End.

Kortom: wat er eigenlijk al zo’n 25 jaar zat aan te komen is nu in een nieuwe fase gekomen.

Maar zoals gezegd: de regionale verkiezingen interesseerden mij meer. De druk op het VK neemt toe. In Noord-Ierland is er een katholieke meerderheid waar Sinn Féin de plak zwaait. In de Republiek is die partij ook sterk en zijn er nog andere partijen op rechts die de kop van de teddybeer terug willen. Maar daar waren er geen verkiezingen.

In Schotland dan maar. Ondanks aardig wat geknoei ging de SNP voor een absolute meerderheid in de rechtstreekse mandaten om een nieuw referendum te kunnen afdwingen. Ze kregen ook de expliciete steun van de groenen die vaak geen kandidaten indienden om te beletten dat de stemmen verdeeld gingen worden en bijvoorbeeld Reform met de zetel ging lopen. Die haalden dan wel zetels via de proportioneel verdeelde zetels.

Het geeft dus een verdeeld beeld. De SNP verliest 6 zetels maar kan via de groenen aan een meerderheid raken. Alleen: de inzet was een absolute meerderheid via de directe mandaten om een nieuw referendum af te dwingen. De situatie in Westminster is op dit moment zo verwarrend dat de geesten rijpen in Schotland. En zelfs in Wales.

Maar de SNP staat voor een belangrijke taak en dat is terug geloofwaardig worden. Het stemmenverlies dat er overduidelijk is komt niet zomaar. Het zal geen toeval zijn dat ex-Schotse eerste-minister Sturgeon haar zetel – ze kwam zelf niet meer op – verloren gaat en naar de groenen gaat. Het lijkt dan ook duidelijk dat de Schotten eerder een antwoord op hun problemen willen in plaats van de woke-agenda.

Wales dan. Met Plaid. Net als Schotland is Wales hartland voor Labour maar die kunnen nu niet meet met twee tafels kaarten. Wat een afgang. En het ging dus tussen Plaid en Reform. Anders dan in Schotland waar de opkomst met 10% zakte steeg die met 5% in Wales.

Verklaart dat waarom Plaid met afstand de grootste werd? 35% tegen 29%. Het systeem met enkel lijststemmen werd dan ook verdeeld in kiesomschrijvingen waar de zetels werden verdeeld.

Maar het zal in Wales een ongezien parlement opleveren.

Vraag blijft in welke mate de regionalisten er gaan in slagen om hun agenda in Westminster te brengen. De aanwezigheid van SNP kalft al een tijdje af, Plaid moest het hebben van hun zetels in het noorden van Wales en Sinn Féin stuurt al decennia principieel niemand naar het parlement. Misschien toch eens tijd om dat te veranderen?