maandag 7 september 2026

Saksen - Anhalt

 Het werd een verkiezing waarbij bijna iedereen won. Ongeacht de uitslag. 

Natuurlijk is de score van de AFD enorm: 43,8% van de stemmen. Die score is ongezien en niet alleen in Duitsland op deze schaal. Gevolg? Wel, er zijn twee stemmen: die voor een kandidaat (Erststemmen) en dan voor de lijsten (Zweitstemmen). Wie over de 5% gaat bij die tweede heeft recht op zetels. Bij die eerste is het first past the post. En daar haalt de AFD 39 van de 41 zetels binnen. Dus... alle zetels waar de partij recht op heeft op basis van de lijststemmen. Enkel in Magdeburg en Halle is het Die Linke - de ex-communisten - die de zetel binnen halen. 

Bij de Lijststemmen is het opvallend dat de Groenen op 1 plaats de grootste zijn, met name in Halle. Uit de kiezerstrends blijkt dat die partij vooral stemmen bij het CDU haalde. Tactisch stemmen om te garanderen dat de Groenen boven de kiesdrempel gingen blijven. Het verschil in scores tussen de twee verkiezingen is overduidelijk daar. Of het tactisch stemmen was of niet: ook de afscheuring van Die Linke, BSW, haalde de kiesdrempel. De FDP dook er ruim onder. 

Dat tactisch stemmen zorgt er voor dat ondanks de verdubbeling van de AFD er geen absolute meerderheid is. En dat is voor de 'democratische' partijen het enige om gelukkig mee te zijn. Want een meerderheid vormen tegen AFD is er één van 'één tegen allen'. Met een CDU die niet wil besturen met Die Linke en BSW. Die Linke die met de BSW zou moeten gaan besturen en vooral: het zijn kleine fractie waar dissidentie onmiddellijk cash zal betaald worden. 

Nu zou BSW wel praten met AFD. Gemeend of om aan te geven dat als ze hun zin elders niet krijgen ze het wel eens zouden doen?  Of als signaal naar de AFD-kiezer dat ze een haven zijn voor hen als ze niet aan besturen toe komen? Want hoezeer ze verschillen op de links-rechts as... er zijn connecties (zoals bij de oorlog in Oekraïne). 

Maar: de meerderheid met BSW is hoe dan ook een meerderheid met een paar zetels. En laat die partij nu intern verdeeld zijn.  

Ook opvallend: de opkomst is met 77% 17% hoger dan 5 jaar terug. Die hoge opkomst heeft de score van het AFD dus niet afgetopt. Eerder zelfs nog net iets meer opgeleverd. Ondanks alle heisa in de media - de onze inclusief - heeft dat de kiezers dus niet afgeschrikt. 

En dat gezegd zijnde: binnen 14 dagen volgen er terug verkiezingen. Deelstaat Berlijn - zowat het hartland van Die Linke - maar ook Mecklenberg-Vorpommeren. Ook daar staat AFD hoog in de peilingen. Maar niet zo hoog als in Saksen-Anhalt. Alleen is het maar de vraag wat het signaal uit Magdeburg naar daar zal geven.  

 

 

 

zondag 6 september 2026

De Conservatieve Revolutie in de Lage Landen

‘De conservatieve revolutie’ zal voor personen die er niet mee vertrouwd zijn over gekomen als een groepje bejaarde heren die na een avondje likeur en sigaren de meest bizarre theorieën verkondigen over de goede oude tijd. Dat is het niet.

Luc Pauwels (Antwerpen, 1940) valt dan wel ondertussen onder de groep bejaarde heren maar daar stopt het dan ook. Met ‘Tekos’ (vroeger Teksten, Kommentaren en Studies) heeft hij nu al enkele decennia het uithangbord van Nieuw Rechts in Vlaanderen en Nederland onder zijn vleugels.

Tegenreactie

Met ‘De conservatieve revolutie in de Lage Landen’ geeft hij een inleiding op een tegenreactie tegen de Franse Revolutie. Het is een smalle bandbreedte tussen bewegingen die verder wilden gaan dan de Franse Revolutie en de reactionairen die een herstel wilden van de oude tijd. Die reactie is al zo oud als de Franse Revolutie maar kreeg vooral vorm na Wereldoorlog I. Het interbellum is de tijd waar de ideologieën scherper vorm kregen.

Die revolutie is geen nationale revolutie maar een Europese met filosofen in heel wat landen vanuit Rusland (Dostojevski), Italië (Pareto) maar dus ook de lage landen. De basis is het standaardwerk van Armin Mohler ‘Die Konservatieve Revolution in Deutschland 1918-1932’.

Die periode is heel verschillend in Nederland en Vlaanderen. Nederland kent geen oorlog waardoor het revolutionaire potentieel in Vlaanderen op dat moment veel groter is.

Het boek zelf is kort maar niet voor wie geen voorkennis heeft.

Aspecten en figuren

Zoals eerder aangehaald is één aspect in dit verhaal de na-oorlogse periode en de ideologische ontwikkelingen, een tweede is de breuk met de kerken, een derde is afstand nemen van de huidige grenzen en zoeken naar historische grenzen, als vierde de oorlog zelf en tot slot de massificatie van politiek.

Daarnaast bespreekt hij de strekkingen:  de ‘Volksen’ (‘De Taal is gansch het volk) met figuren als Rodenbach, Wies Moens en Cyriel Verschaeve in Vlaanderen. Er zijn ook de ‘jong-conservatieven’ die maar beperkt in Vlaanderen voorkomt met vooral Joris Van Severen. Pauwels is zeer geïnteresseerd in die figuur.  Over de invloed van de Franse wereld op Van Severen is er ook nog het werk van Eric Defoort over de ideologische band van Van Severen met Charles Maurras.

Tot slot vermeld hij de ‘nationaal-revolutionairen’ met de gebroeders Daens als meest gekende. Die zijn vooral anti-liberaal en Pauwels noemt ze revolutionair. Al is revolutie daar eerder een stap buiten bestaande structuren. Maar er zijn ook een aantal sociaal-revolutionairen zoals Boudewijn Maes (eerste frontervolksvertegenwoordiger uit Gent) en Roza De Guchtenaere.

En Erich Wichman is daar een figuur die eerder bekend is als de stichter van de Rapaille Partij die met de zwerver onder de naam ‘Had-je-me-maar’ als aanklacht tegen het algemeen stemrecht in de raad van Amsterdam verkozenen kreeg tot de politie ingreep.

Veel ernstiger hier is Hendrik De Man, kopman van de sociaal-democraten in de jaren ’30 die naar een nieuwe synthese zocht van socialisme en nationalisme.

Slot

Het is een dun boekje dat uitnodigt tot verdere lectuur maar die een beeld geeft van een beweging die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog soms met maar soms ook tegen de nieuwe orde ging. Net zoals die inging tegen de sociaal-democratie en de liberalen inging. Wie vandaag klaagt over ‘illiberale’ krachten: ze zijn er altijd geweest.

Het boek van Luc Pauwels verscheen bij ‘De Drie Stromen ‘ (https://www.driestromen.be/p/de-conservatieve-revolutie-in-de-lage-landen/) en is ondertussen aan de tweede druk begonnen.

Ondergang

 


Wie een boek de titel ‘Ondergang’ (Uitgeverij Ertsberg, https://ertsberg.be/boek/ondergang/)  meegeeft vraagt om een vergelijking met ‘Der Untergang’. En ergens heeft  Bart Maddens, zowat één van de laatste openlijke Vlaamsgezinde docerende professoren, gelijk als je zijn getuigenis leest. Wat een krabbemand.

Maddens komt uit een Vlaamsgezind nest en ging al als kleine jongen naar Diksmuide. Eerst begin juli, later eind augustus. De familie komt over als een klassieke Vlaamsgezinde familie met een afstand tot de partijpolitiek.

In 12 hoofdstukken volgen we de belevenissen van Maddens en de Ijzerbedevaart: gaande van zijn jonge West-Vlaamse jaren, over KVHV-Leuven, het toetreden tot het Ijzerbedevaartcomité als verdediger van Daels, eerst als vriend van Lionel Vandenberghe maar later als tegenstander tot het fysiek afscheid nemen van de kruiskop in Diksmuide.

Ik ga niet in detail gaan op alles wat er in het boek staat. Het is vooral een getuigenis. Maar er zitten een aantal duidelijke lijnen in.

Vlaams ruziën

Vooreerst het gegeven ‘Vlaamse Beweging’. Wie het boek over Ferdinand Snellaert heeft gelezen mocht zich al afvragen hoe het kan dat de Vlaamse Beweging het zo lang heeft uitgezongen. Na dit boek is het wel duidelijk dat er nooit lessen zijn getrokken uit dat verleden met als gevolg dat die nauwelijks gestructureerde beweging vaak afhing van personaliteiten met eigen meningen.

De kern van de ondergang is dat waar de Ijzerbedevaart lang als parel op de kroon van Vlaams Bewegen werd aanzien die bedevaart van in de jaren ’70 in een identiteitscrisis is verzeild. Modernisering van het programma botst op kritiek bijvoorbeeld. Een internationalisering naar kleinere volkeren ook. Maar de discussie rond het zingen van ‘Die Stem van Suid-Afrika’ op welke plaats in het programma brengt dat op de weide zelf.

Daarnaast sterft de generatie die de oorlog meemaakte uit. Waar veel legaten naar de toren gingen verdween dat stilaan terwijl de toren zelf duidelijk slijtage vertoonde. En dus wat nu?

Eigenlijk is de kern van het boek ook de jaren ’90. Met het Egmont-pact is de verdeeldheid in de Vlaamse Beweging op de straatstenen beland. Waar het daarvoor kleine groepjes in de marge werden genoemd verandert dit op 24 november 1991. In de nasleep van de val van het Ijzeren Gordijn verandert de publieke opinie qua thema's. Immigratie staat ineens centraal. 

Het Ijzerbedevaartcomité bevat vooral wat gemakshalve ‘de gematigden’ die de controle willen behouden over de gang van zaken. Komen daarbij: cabinettards van de Volksunie zoals Paul De Belder. Of Dirk Demeurie. In de zoektocht naar geld komen al snel de subsidies van de Vlaamse overheid in het zicht en vormt het comité zich om naar een VZW en wil het weg van het politieke maar toeristisch worden. En daar passen de radicalen niet in. En laat die het scenario niet door hebben en te laat reageren.

Het gevolg is een open oorlog binnen en met de Vlaamse Beweging die in 1996 uitloopt op relletjes. Maddens zelf geeft aan dat de beelden een overdreven beeld geven en dat het comité zelf eigenlijk de zaak niet onder controle had. Maar daarover verder meer in een eigen stukje.

Twee stukjes die volgen verdienen wel meer aandacht.

Amnestie

Het amnestie-verhaal. Decennia heeft de Vlaamse Beweging campagne gevoerd om amnestie te krijgen voor de politieke veroordeelden. Hij haalt zelf het decreet Suykerbuyk aan – de man overleed dit jaar – dat vernietigd werd door het Grondwettelijk Hof. Maar even goed zou de afwijzing van de heropening van het proces Laplasse kunnen genoemd worden (1997). Frans-Jos Verdoodt sprak in 2000 het ‘historisch pardon’ uit. Iets wat hem aardig wat kritiek opleverde van onder meer… Bart De Wever.

Maar het is wel duidelijk dat de lokale discussie is overgoten met een internationale context waarbij de geschiedenis terug geïnstrumentaliseerd is geworden, dit maal in de strijd tegen ‘extreem-rechts’. Was dat begin de jaren ’90 met de reeks van Maurice De Wilde over die kwestie nog echt lokaal – en die uitzending had al aardig wat voeten in de aarde, tot een gerechtsdeurwaarder in de gebouwen van de toenmalige BRTN -en met aardig wat nuance dan verdwijnt die.

De Ijzerbedevaart kwam dus eigenlijk terecht in de culturele strijd uit die tijd. Een strijd die vandaag nog steeds wordt gevoerd uit die sector. En dat levert vuurwerk op. Zoals bij de deelstaatverkiezingen in Saksen-Anhalt vandaag. De cultuur beschouwt zich als het geweten en daar horen subsidies bij. Waar er geen verantwoording wil over afgelegd worden overigens.

Teleurstelling

Tot slot de partijpolitiek. De vader van Maddens heeft ooit op een lijst van de VU in Kortrijk gestaan. Zonder succes. En lang gaf Maddens toch de indruk in de slipstream van de N-VA te zitten. In het boek zijn de afwijzingen van de radicalere groepen en personen ook wel duidelijk. Maar zijn teleurstelling over wat de N-VA doet op bestuurlijk vlak is even duidelijk.

Het is een vlot geschreven boekje met een getuigenis van iemand die niet op de eerste lijn stond. Maar het blijft een getuigenis. En evengoed een getuigenis van hoe een vereniging niet moet werken: ellenlange vergaderingen naast de kwestie terwijl de essentie elders wordt beslist. De zoektocht naar gemakkelijk geld waarvoor principes mogen sneuvelen. In dat opzicht is het ook opvallend dat de Vlaamse Regering nu zwaar beknibbelt aan de subsidies voor Vlaamsgezinde organisaties, en dan reken ik het Ijzerbedevaartcomité er gemakshalve nog bij.  

Persoonlijk

Het was enkele dagen na de Ijzerbedevaart van 1996 toen ik één van de laatste keren binnenwandelde op de Universiteitsstraat 8 en de bibliotheek van de Politieke wetenschappen. Op het voorblad van ‘De Morgen’ stond een foto van een verwaaide Wim Verreycken en een hand die van uit de achtergrond kwam met een grijze pet met 5 sterren. Het was de mijne. En toen professor Reynaert – nu vice-rector – me zag wees zijn blik en houding er op dat hij dat ook wist. In de nasleep schreef ik nog een vrije tribune die ‘De Standaard’ wel haalde maar ‘Gazet van Antwerpen’.

Was 1996 een slimme zet? De strijd was toen eigenlijk al gestreden. 30 jaar later is er het resultaat.

Nu goed, mijn familie was vroeger nog naar de Ijzerbedevaart geweest. Via mijn overleden grootvader kreeg ik een sticker van de Ijzerbedevaart van 1984 met de slagzin ‘Volk wordt staat’. Hij kleeft nog altijd in mijn studentencodex die net als ikzelf uitgezet is in de breedte.

In 1991 trok ik voor het eerst naar de Ijzerbedevaart en zat ik op de trein met de vader van mijn lerares geschiedenis waar ik net afscheid van het genomen. Die zou nooit naar Diksmuide gaan. Volgde de stormbedevaart – zowel qua weer als politieke boodschap toen – van 1992. En 1995 zal ik ook niet snel vergeten toen Britse neo-nazi’s de zaal waar de traditionele zangavond van Voorpost doorging bestormden omdat ze dachten iemand te zien met een truitje van de IRA. De rijkswacht had die avond geen haast.

Maar dat is ondertussen 30 jaar geleden. De Ijzerbedevaart is ondertussen vergeten. Waar de manifestatie ooit de koppen domineerde is het hooguit nog een voetnoot. Hetzelde overigens met de Ijzermeeting – opvolger van de wake – die tenminste nog een politieke boodschap wil brengen. Maar de massa’s? Ho maar.

Nee, het thema ‘Vlaanderen’ mobiliseert niet. Of toch niet meer. En aan wat zou dat moeten liggen?

Vooreerst is het een vaststelling dat in Schotland en Catalonië die bewegingen een brede impact hebben op de samenleving. Niet dat het electoraal zo’n verschil is.

Misschien ligt het wel aan het feit dat politieke actie steeds meer in de verdoemenis wordt geduwd? De verGASsing van de samenleving? En soms lijkt wel dat er met twee maten en twee gewichten wordt gewerkt. Politiek Brussel is op vlak van ordehandhaving – of handhaving tout court – een curiosum.

Maar er is de Vlaamse Beweging zelf die ook maar sporadisch over de grenzen heen wil samenwerken. Ieder heeft zo zijn tijdelijk bezwaar… De grote verenigingen haakten al vroeger af. De cultuurfondsen, de VTB-VAB,…

Of is de discussie over staatsstructuren zonder inhoud een discussie over het geslacht van de engelen? Of is het een feit dat de wrok tegen België – die de na-oorlogse generatie droeg – onvoldoende om een concrete invulling te hebben? Er is nu wel een Vlaanderen maar sinds paars-groen in 1999 is de dynamiek van dit Vlaanderen weg. Het blijkt vooral een Belgisch doorslagje met leeuwtje bovenaan te zijn.

En ergens begrijp ik Maddens in het slot wel. Een verleden dat enkel ballast heeft kan je niet blijven meedragen. Om het vrij te zeggen naar Mylène Farmer: je vindt de onschuld enkel door onverschilligheid.

zaterdag 5 september 2026

Jazz Sabbath

 Ik fan van Black Sabbath? Niet echt. In mijn metal-jaren was die groep eigenlijk al verleden tijd. Natuurlijk blijft Paranoid een absolute klassieker. En dus waarom naar Jazz Sabbath? Gewoon voor de fun of it. 

Dat collectief draait rond Milton Keanes (aka Adam Wakeman, vroegere muzikant bij Black Sabbath en Ozzy Osbourne) en daar vind je meer informatie op Wikipedia . En dus kort: dit verhaal is begonnen ergens in Berlijn in een nacht van het jaar 2013 toen Wakeman en een lid van de security voor de grap jazz-versies van de muziek van Black Sabbath begonnen te maken. 

't valt dus onder Mockumentary. Wat niet belet dat dat parodiegenre ook met kwaliteit moet gebeuren. Spinal Tap mocht wel even gaan spelen op het herdenkingsconcert voor Freddy Mercury en onze lokale Clement Peerens had wel professionele muzikanten in de rangen. 

Het werd een avond echt Britse humor. De inleiding alleen al was Monthy Python en wie met 'Also Sprach Zarathustra' op het podium komt kan moeilijk van bescheidenheid getuigen. De inleidingen op enkele songs en de kwinkslagen naar Black Sabbath kan enkel van over de plas komen. Alleen krijg je dat er niet bij op de platen.  

En tsja, na bijna 30 jaar was het nog eens Arca op de agenda. Leuk zaaltje.  

zondag 30 augustus 2026

The Death of Robin Hood


Vooreerst toch dit: het moet uit mijn scholierenjaren zijn dat ik nog eens in Studio Skoop binnenwandelde. Recent werd de zaal overgenomen door de Lumière-groep. Het is niet de mondernste zaal maar voor meer cinefiele films is dat van minder belang. De prijs is ook lager al compenseert het tarief voor het parkeren in Gent Centrum dat ruimschoots.

Want ‘The Death of Robin Hood’ valt eerder onder cinefiel. Voor de nacho-met-kaas en popcorn filmgangers zal deze film inderdaad ‘saai’ zijn. Gevolg is dat de Kinepolis-groep het maar in een beperkt aantal zalen brengt en op de late uren. 

Nu, Robin Hood…, het is voor elk wat wils: het vosje uit de Disney-bewerking, Kevin Costner in ‘Prince of Thieves’, de jolige gay-bende van ‘Men in Tights’ tot de pre-vakbondsleider van Ridley Scott met Russell Crowe. En dan vergeet  ik – zeer bewust – een aantal Hollywoodiaanse misbaksels.

Kortom: Robin Hood inspireert. En nu dus ook Michael Sarnoski die twee 17e eeuwse verhalen nogal vrij bewerkt. Hugh Jackman als Robin Hood zit te wachten op zijn dood maar slaagt er in om de moordenaars  en moordenaressen nog steeds te slim af te zijn. Tot zijn eeuwige kompaan Kleine Jan hem opzoekt. Die had na een moord de plaats ingenomen in een familie maar was ontmaskerd. Hij vraagt aan Robin Hood om hem te helpen zijn plaats terug in te nemen. Dat lukt even tot die familie terug wraak neemt en een duel Robin Hood zwaar gewond achter laat en Kleine Jan hem achterlaat op een eiland waar de priorij gekend staat voor genezing.

Er is niet al te veel actie in de film maar de actie die er is schuwt het geweld niet. De essentie van de film is dat je verleden je altijd achtervolgt. Soms wel op een heel aparte manier. Sarnoski gaat nogal vrij om met de verhalen maar laat Jackman passages brengen die vooral twijfel zaaien over de oorsprong en het waarheidsgehalte van die verhalen.

De film is qua setting heel donker qua beeldzetting met traditionele muziek. Je kan hem bezwaarlijk ‘leuk’ noemen maar toch interessant met een kleine maar stevige cast. Naast Hugh Jackman onder meer Jodie Comer (‘The Last Duel’) en Bill Skarsgård (‘Nosferatu’). En wie was Robin Hood - als hij al bestond? - nu eigenlijk? Misschien brengt een volgende film het antwoord? 

donderdag 13 augustus 2026

Visies op remigratie

Enoch Powell, referentie in het remigratieverhaal
Laten we eens een thema bekijken dat bijzonder omstreden is: remigratie. En dat door twee auteurs uit een duidelijk ander deel van Europa: Frankrijk en Duitsland.

Maar waarom is het thema terug aan de agenda gekomen? We zijn ruim 10 jaar na de woorden van Angela Merkel ‘Wir schaffen das!’. Politiek Duitsland staat ondertussen bijna op zijn kop. In september bestaat de kans dat de AFD een deelstaat gaat besturen in één van de gebieden van de vroegere DDR. Dat was voor 2015 ondenkbaar. En uiteraard is recent wat er in de exclave van Spanje in Marokko, Ceuta, gebeurde. Het maakt dat er een beweging op gang aan het komen is die het thema remigratie aan de agenda wil krijgen.

De discussie

Europa bestond voor WO II vooral uit etnisch homogene staten. In veel landen waren er ‘historische’ minderheden met al dan niet bescherming. Eén notoire uitzondering was Algerije: dat land was ingedeeld in departementen net als Frankrijk. Het werd dus niet aanzien als een kolonie.

Dekolonisatie en gastarbeid zorgden voor een eerste stroom. En meteen voor discussie. De toespraak van Enoch Powell, toen schaduwsecretaris – en dus ministrabel – bij de Conservatieven voor defensie, met als titel ‘Rivers of Blood’ werd publiek gemaakt en betekende het einde van zijn carrière. Er zijn zo nog toespraken die publiek zijn geworden met gevolgen maar de beeldspraak naar een plunderingen door Oost-Gothen van het oude Rome waarmee een dame waar de man mee sprak ging te ver voor politiek Groot-Brittanië.

Dat belet niet dat eind de jaren ’60 er al reactie kwam van uit vakbondskringen op gastarbeid omdat dit werd gebruikt om de lonen te drukken. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in onder meer Vlaanderen en Frankrijk (Marion Maréchal vermeldt dit ook in haar boek).

De beweging die momenteel – tot ergernis van de leidende bestuurders – actie voert is vooral rond figuren als Martin Sellner en ook Dries van Langenhove. Maar eerst de auteurs eens bekijken.

Welke auteurs?

Jean-Yves Le Gallou en Martin Sellner stelden hun ideeën op papier. Twee totaal verschillende personen.


Jean-Yves Le Gallou (1948) werd eerst lid van de toenmalige rechts-liberale partij van Valéry Giscard D’Estaing maar evolueerde via de Club de l’Horloge en het nieuw-rechtse GRECE naar het toenmalige Front National. Daar was hij één van de architecten van ‘La préférence nationale’ wat mee vorm gaf aan het ’50-puntenplan’ van Bruno Mégret waar hij nauw mee samenwerkte (1991) rond immigratie. Het zou in Vlaanderen mee de basis vormen van het ’70-puntenplan’ van het Vlaams Blok een jaartje later.

Le Gallou vertrekt met Mégret eind de jaren ’90 en speelt partijpolitiek geen grote rol meer. Momenteel is hij betrokken bij de partij van Eric Zémmour – die trouwens ook een boek rond remigratie schreef – en blijft de verhouding met het wat nu het Rassemblement National is geworden – slecht. Bij het overlijden van Jean-Marie Le Pen was hij de enige van de toenmalige dissidenten die niet in positieve zin getuigde bij de uitzendingen van de Franse publieke omroep.

Het voorwoord van zijn boek wordt verzorgd door Martin Sellner en dat is meteen de auteur van het tweede boek.

Sellner (1989) is geboren Oostenrijker en dat maakt het thema daar net gevoeliger. Hij wordt aanzien als een figuur van ‘alt right’, wat al eens verward wordt met nieuw-rechts. Op jonge leeftijd werd hij vooral bekend omwille van provocatorische stommiteiten – dat wordt bij iedere vermelding van zijn naam herhaald – maar heeft daar nu afstand van genomen en is hij een frontman van de identitaire beweging. Dat bezorgt hem aardig wat problemen om naar het buitenland te trekken.

Een uitzending van de Duitse openbare omroep ZDF waar de man op een ‘geheime’ conferentie concrete plannen hebben voorgesteld voor een remigratie van miljoenen eindigde met een sisser voor de openbare omroep: voor een rechtbank werd de stemmingmakerij door de pers verboden. Het belette niet dat bijvoorbeeld enkele leden van de CDU uit de partij werden gezet. De relatie met de AFD is ook niet goed.

Het zijn dus beiden moeilijke personen die gemeen hebben dat ze remigratie centraal zien voor de 21e eeuw. De vraag is dan wel wat remigratie juist is.