Vergeten…
Ludo Stynen is met ‘Ferdinand Snellaert – pionier van de Vlaamse politiek’ (1809-1872) – toe aan een nieuwe vuistdikke biografie. ‘Wie?’ hoor ik u zeggen. Het is zowat uit mijn NSV-periode – toen ik een overzichtje had gemaakt van figuren uit de Vlaamse Beweging in Gent – dat de naam nog eens bij mijwas gevallen. En was ik er stellig van overtuigd dat er wel een straat ging zijn met zijn naam (het Van Duyse-plein was in diezelfde studentenjaren meer dan gekend) bleek dat een park in de buurt van het Campo Santo in Sint-Amandsberg naar hem was genoemd. Snellaert was van oorsprong van Kortrijk en heeft daar wel een straat.
Dus, was de naam niet onbekend, ik had geen idee wat de man eigenlijk had gedaan. Bij de boekvoorstelling in de boekentoren van de Gentse universiteit (in aanwezigheid van voormalig Vlaams minister-president Geert Bourgeois en voormalig Vlaams Belang-parlementair en redactiesecratis van Tekos Peter Logghe) werd het een avond met Johan Vanhecke in het panel over de figuur Snellaert (waarvan het borstbeeld waakte over de avond) maar de brede Vlaamse Beweging. De opkomst was eerder beperkt.
Boekentoren
De Vlaamse Beweging in de 19e eeuw is een heel ander verhaal dan de beweging die na WO I vorm zal krijgen. Wat wel is en blijft is de verdeeldheid. Het boek zelf is 640 bladzijden dik met pagina’s verwijzingen want één ding is wel duidelijk: de briefwisseling en de bibliotheek van de arts zijn bewaard in de bibliotheek van de universiteit. Anders dan in Leuven waar in 1914 de universiteitsbibliotheek in brand is gestoken door de invallende Duitsers is die wel bewaard.
Om de Vlaamse Beweging te kaderen wordt de veel geciteerde historicus Lode Wils aangehaald. Die hanteert de stelling dat het anti-belgische karakter van de Vlaamse Beweging door de Duitsers tijdens WO I is geïnjecteerd. Al lijkt dat eerder voort te komen uit pragmatisme in die kringen ook al omdat er van steun uit Nederland weinig sprake te zijn.
Petitionement
De ‘pionier van de Vlaamse politiek’ komt vooral omwille van het ‘Petitionnement’ van 1840 waar voor de eerste keer de Vlaamse eisen geformuleerd worden naar Brussel. Maar Snellaert zal ook proberen te wegen door stemadviezen en zelf verkozen proberen te raken in Gent. Hij was ook een vriend van Ledeganck die als eerste Nederlands zal spreken in de Oost-Vlaamse provincieraad. Hij bleek ook een onvermoeibare lobbyist (nog voor dat woord bestond vermoedelijk) bij de politieke verantwoordelijken om het Nederlands in het onderwijs en de rechtspraak te laten erkennen.
Pragmatisch
Het beeld dat je krijgt van Snellaert is dat van iemand die soms op de slappe koord moest dansen om eenheid te proberen houden maar anderzijds ook principieel en polemisch kon zijn. Bijvoorbeeld voor de standaardisering van het Nederlands en de uitgave van een Nederlands woordenboek. Die er zich niet van weerhield kritisch te zijn zelfs voor medestanders waaronder Conscience maar vermoedelijk daardoor ook wel benoemingen misliep. Die diep in zijn hart orangistisch was maar Vlaanderen binnen een Belgische context wou houden al was het maar omdat aan beide kanten van de grens er beelden bestonden dat het land ofwel Frans ofwel Duits moest worden. Iets wat hij geen van beide wou.
Zijn politiek einde zal dan ook het gevolg zijn van zijn pogingen om de partijpolitiek buiten de Vlaamse Beweging te houden. In een tijd waar liberalen en katholieken tegenover elkaar stonden was dat een houding die niet altijd op waardering kon rekenen.
Wist je dat-jes
Een heel interessant stuk is ook de passus over zijn werk als arts in de Gentse beluiken (waar de boekentoren eigenlijk op één van de oude beluiken staat). Zeker bij de epidemie van 1848 waar 2% de Gentse bevolking zal overlijden aan cholera en tyfus. In 1867 zou hij in een straal van 2 kilometer rond zijn woning 7000 huisbezoeken gedaan hebben. En dan nog was het niet genoeg: een klant betwiste een rekening van 8 huisbezoeken aan 3 frank (van hogere klasse…) omdat dat volgens haar 23 frank was. Klachtenbehandeling, het is wat…
Een totaal ander deel in het boek is dan weer pseudo-medisch: Franstalige medici die met frenologisch (schedelmetingen) onderzoek wilden bewijzen dat Vlamingen van nature lui zijn. Het zou een kleine 100 jaar later tot iets anders leiden.
En dat de man mee investeerde in de spoorwegen – waar hij zelf graag gebruik van maakte – is ook leuk. Vooral omdat hij bijvoorbeeld mee investeerde in de spoorlijn van Gent naar Eeklo…
Vlaamse Beweging – sociale beweging
Interessant is ook een reeks passages over de verhouding tussen de Vlaamse Beweging en de opkomende arbeidersbeweging. Snellaert probeerde daar een band mee te vormen vanuit een democratische inslag waarbij het voor de arbeiders ook van belang was dat de volkstaal erkend werd. De ‘Grievencommissie’ die ongeveer 15 jaar na het petitionnement volgde eiste nog eens het gebruik van het Nederlands in onderwijs, gerecht en leger. Iets wat vanuit Franstalige hoek als ‘onvaderlands’ werd afgeschilderd. De breuk tussen de arbeidersbeweging zou er komen rond 1860 toen die zich radicaliseerde en taaleisen bijkomstig vond.
Reizen
Overigens schrijft hij in een tocht door Wallonië – naast heel wat beschouwingen over de ‘aard’ van de Walen – over de gebrekkige verhoudingen tussen Wallonië en Vlaanderen als het ging over infrastructuurinvesteringen. Iets wat een 30 jaar geleden is beschreven door prof. Juul Hannes en waar duidelijk berekend is dat er nooit transfers van Wallonië naar Vlaanderen zijn geweest in die tijd. Al wordt dat tot vandaag nog steeds voor waar verkocht vooral door de PS. Later volgt een treinreis door Frankrijk in de stijl van de Amerikaanse en Japanse toeristen van vandaag door Europa. Opvallend is de aandacht voor het Catalaans in Frankrijk en de opmerking dat in Frankrijk het vooral Parijs (toen nog niet volledig heringericht) en enkele steden zijn die alle aandacht krijgen. Er is nog niks verandert op dat punt.
Merkwaardig is ook dat een volksvertegenwoordiger De Maere in 1869 in het parlement statistisch bewees dat de achterstand van de Vlamingen vooral aan een gebrek van onderwijs in de volkstaal lag maar dat dit ook aan het vrij onderwijs lag. Schoolstrijd en taalstrijd… En opmerkelijk is ook zijn voorstel om Vlamingen in Wallonië te laten werken maar omgekeerd de Walen dat ook in Vlaanderen te laten doen. Qua actualiteit kan dat wel tellen.
Internationale context
De auteur maakt in zijn boek ook de verwijzing naar het feit dat de Vlaamse Beweging – voor zover dat ooit een eenheid is geweest – niet dat nationalistische karakter van vandaag heeft. Dat klopt uiteraard. Het blijkt dat de internationale gebeurtenissen rond 1848, de contacten in Duitsland en de interesse voor wat er in Hongarije in Tsjechië gebeurde daar wel mee vorm aan gegeven heeft. Er is ook een radicalisering op het einde van de 19e eeuw die mee zal leiden tot het activisme tijdens WO I (waar het werk van Daniël Van Acker nog steeds . Aan de andere zijde van het front – zoals bij nogal wat legers aan het front – zorgt dat tot de Frontbeweging die na de wapenstilstand elkaar gaan vinden. Het taalgebruik uit de tijd van Snellaert zou vandaag trouwens onmogelijk nog gebruikt kunnen worden.
Willemsfonds
Maar het meest kenbare dat verder leefde en nog wel wat leeft is zijn rol in de oprichting van het Willemsfonds. Een fonds dat er vooral naar streefde het Nederlands te populariseren bij de midden- en lagere klasse door goedkope boekjes en prijzen in het onderwijs. Het zal ook onder meer daar zijn dat Snellaert zal botsen met Julius Vuylsteke die de nieuwe lichting Vlaamse Bewegers (met onder meer ook Emile Moyson) in Gent mee vorm zal geven en in een doctrinaire liberaal-vrijzinnige richting zal sturen.
Einde
Na de botsing met Vuylsteke zal Snellaert terug plooien op de literatuur. Zijn voorliefde voor Van Maerlant blijft bestaan. Niet dat het altijd zo gemakkelijk ging want vaak bleven bronnen en manuscripten gesloten. Na een kort sterfbed zal hij overlijden in 1872 en een jaar later begraven worden op Campo Santo om stilaan vergeten te worden…
Het boek is zeer rijk aan informatie. Het geeft een beeld van hoe de jonge Belgische staat werkte – met alle teleurstellingen die dat gaf aan Vlaamse zijde - maar ook de politiek en het cultureel Vlaamse leven in Gent en de verstandhouding met steden als Antwerpen en Leuven.
En eigenlijk is het boek nog actueel ook door alle
beschouwingen op de politiek…
Het boek is uitgegeven bij drukkerij Ertsberg.


.png)



