Het was tijdens een etentje dat een vriendin die ik geen
jaren had gezien het verhaal vertelde over een plaats in het zuiden van Frankrijk
-
denk ik toch – waar ze als kind naar
toe trokken toen er nog geen massatoerisme was. Er was een berg die voor de
lokalen een grote betekenis had in het sociale leven. Jaren later is diezelfde
berg niet meer toegankelijk om ecologische redenen en verdubbelen de prijzen
van de voeding in het toeristisch seizoen. Terwijl zij weinig of niks aan het
toerisme hebben.
Het was waar ik even aan dacht toen ik ‘Métropolia et
Périphéria’ van Christophe Guilluy zat te lezen. Dat haalde ik al aan in de
bespreking van het nieuwe Tekos-nummer waar een interview uit ‘Eléments’ was
vertaald.
Ik ben nu grotendeels door het boek dat door een echte
Fransman is geschreven. Het is in een nogal wollig Frans. In tegenstelling tot
zijn eerdere boeken gebruikt hij hier geen cijfers. Dat zegt hij ook duidelijk.
Wat hij wel gebruikt zijn beelden in een fictieverhaal. De tegenstelling tussen ‘Métropolia’ –
of de grote stad – en Périphéria – of wat er eigenlijk buiten ligt.
Beelden zijn gemakkelijker begrijpelijk dan cijfers. En
wie de geschiedenis en de recente evolutie in Frankijk wat volgt haakt er
gemakkelijk dingen aan vast. Het boek valt uiteen in drie delen: een eerste
deel met die geschiedenis gevolg door 2 delen met toneelvoorstellingen.
Pourtant que
la montagne est belle
Métropolia is dus de grote stad waar de overheid regeert op
verschillende manieren. Niet in het minst door een bureaucratie en de media
enerzijds en de repressieve macht van de politie. Produceren doen ze niet maar
importeren des te meer om het consumentisme aan te wakkeren. En als er al
productie is komt die uit de wijken opgericht rond de stad met werknemers van
Périphéria of van nog verder.
Er is vooral een dédain tegenover de inwoners van Périphéria
waar die steden afstand van nemen door zichzelf te zien als bakens van
moderniteit vanuit een elitair progressisme. De tradities en culturen van er
buiten zijn enkel goed voor het amusement, zoals een menselijk zoo waar onder
meer inwoners uit het departement Nord hun tradities mochten opvoeren voor de
stedelingen.
In Péripheria – of een mooi eiland zoals een reeks
hoofdstukken in het boek beschrijft – leven de mensen hun leven en maken zich
niet druk over de grootsprekerij van de steden. Tot die stedelingen naar die
gebieden trekken en er hun verhalen ingang willen laten krijgen.
Son ar Christr
Ik kan het boek natuurlijk tot in detail gaan bespreken maar
wat is het verhaal?
Vooreerst rekent de auteur eigenlijk af met de Franse
Revolutie. De universele boodschap die als grote waarheid werd opgelegd aan een
Frankrijk dat daar niet op zat te wachten. Het gaf de ‘colonnes infernales’
waar honderdduizenden doden zijn gevallen in de Vendée en Bretagne. Maar ook in
de Franse kolonies die volgden. En waar die ideologie toen met de sabel en het
kanon werden verkondigd is er nu een ideologie die via de media wordt
verkondigd.
In 2027 is het voorbij voor Macron. Wie bracht Macron aan de
macht? Vooral de grote steden en de levende elite in de centra. Wie vooral niet
zit te wachten op grote veranderingen om de regio’s buiten de steden er bovenop
te helpen.
En het beeld van een lichtend voorbeeld? Wat hebben we
gezien in Gent na de gemeenteraadsverkiezingen? Alleen blijkt nu dat dit ook
geld kost. Veel geld. Wie van buiten de stad het nog aandurft om met zijn wagen
naar het centrum te rijden ziet de rekening snel oplopen.
Maar ook met de bureaucratie. Wat brengt de bureaucratie op?
Een stroom aan regeltjes waar de inwoners van Périphéria geen weg mee weten. Of
die hun vrijheid verder beknot.
11 mei 2003
Als een vervolg op de acties rond de mestactieplannen verzamelden
op 11 mei 2003 zo’n 20.000 landbouwers, jagers, vissers en sympathisanten (ik
was er toen in een groep van het Vlaams Blok) tegen het beleid van Vera Dua. Tot dan toe de meest duidelijke reactie tegen
een reeks maatregelen.
Maatregelen zoals het mestactieplan maar ook de ruimtelijke
structuurplannen en hele reeksen maatregelen vanuit de EU. De druk op het
platteland bleef aanhouden. Vooral ‘experten’ – een moderne plaag – gingen
beknibbelen aan de vrijheden op het platteland. De reeks daarvan is al iets op
zich.
In Frankrijk was de strijd veel heviger. De aanloop naar het
referendum voor het verdrag van Maastricht in 1992 bijvoorbeeld. Toen nipt
gehaald ondanks het verzet van José Bové. Er kwam zelfs een partij van het
platteland: Chasse, Pêche, Nature et Tradition. Vooral dat laatste hoeft niet
te verbazen. Wie dat stedelijk progressisme in actie wil zien… enkele jaren
terug haalde een incident het nationale nieuws toen een winkel werd beklad met ‘moordenaar’.
Het ging om een kaaswinkel. Dat ging zelfs de brave goegemeente te ver. Maar op
dit moment probeert de extreem-linkse partij LFI de ‘Canon de France’ probeert te verbieden.
Die avond met charcuterie, kaas en al wat er geproduceerd wordt is voor die
partij een festiviteit van neo-nazi’s. Voor sommigen kan je beter geen kaas
eten blijkbaar.
Gele hesjes
Maar het verhaal gaat verder. Zo trekken de groene jongens in
Frankrijk graag de velden in. Niet om te produceren maar wel om te protesteren
tegen projecten die bijvoorbeeld de watervoorzieningen voor de landbouw moeten
garanderen. En dat gaat bij wijlen met aardig wat geweld bij.
En geweld hebben we ook gezien bij de ‘gele hesjes’. De gele
hesjes waren een nieuwe stap. Nu gingen de wijken rond de steden ook mee. Het
probleem is de afbouw van de voorzieningen in Périphéria en de onbereikbaarheid
van wat nodig is. Werk bijvoorbeeld. Winkels. En dus kalven regio’s waar de
industrie al jaren vertrokken is nog verder af.
Het vertaalt zich op veel vlakken.
En het vertaalde zich in Frankrijk veel scherper dan bij
ons.
Le défi Métropolia
Het verhaal sijpelt ook door in de politiek. Ik had het al
over het boek van Marion Maréchal. Maar het ongenoegen over het grote verhaal
dat vanuit Parijs wordt rond gestuurd botst ook op de werkelijkheid ter
plaatse. De grote woorden van experten botsen op wat de bevolking voelt en dat
vertaalt zich steeds scherper.
Nu, is het boek een aanrader?
Ja, als het er om gaat – met wat achtergrondkennis – een schets
te geven van het Frankrijk van vroeger en nu.
Nee als het gaat om argumenten. Maar daarvoor zijn de andere
boeken met meer cijferwerk. Zoals aangegeven in het begin trouwens.
Nee als het er om gaat om naar een oplossing te gaan. Hoe
mooi de beelden ook zijn. Al zie ik natuurlijk mooie beelden terug uit mijn
kindertijd – toen kinderen nog kinderen mochten zijn – van te spelen op straat.
En ik was wel wat te jong maar ik ken de verhalen van buren die op straat samen
kwamen en de lokale slager – hij is al lang overleden – na de nodige jenever
het gedicht over ‘De Scheet’ tot grote hilariteit bracht. Het is vandaag
ondenkbaar om er ook maar 2 minuten te zitten. Het is nostalgie. De tijd dat
Périphéria een tijd had die veranderde met de seizoenen maar ook niet veel
verder dan dat is al een tijdje weg.
Maar het beeld van het dorp – ik weet nog hoe het was – mag niet
alleen een vergeelde foto zijn. Het blijft ons DNA. En een DNA zomaar vervangen
door de zoveelste modegril?