donderdag 13 augustus 2026

Visies op remigratie

Enoch Powell, referentie in het remigratieverhaal
Laten we eens een thema bekijken dat bijzonder omstreden is: remigratie. En dat door twee auteurs uit een duidelijk ander deel van Europa: Frankrijk en Duitsland.

Maar waarom is het thema terug aan de agenda gekomen? We zijn ruim 10 jaar na de woorden van Angela Merkel ‘Wir schaffen das!’. Politiek Duitsland staat ondertussen bijna op zijn kop. In september bestaat de kans dat de AFD een deelstaat gaat besturen in één van de gebieden van de vroegere DDR. Dat was voor 2015 ondenkbaar. En uiteraard is recent wat er in de exclave van Spanje in Marokko, Ceuta, gebeurde. Het maakt dat er een beweging op gang aan het komen is die het thema remigratie aan de agenda wil krijgen.

De discussie

Europa bestond voor WO II vooral uit etnisch homogene staten. In veel landen waren er ‘historische’ minderheden met al dan niet bescherming. Eén notoire uitzondering was Algerije: dat land was ingedeeld in departementen net als Frankrijk. Het werd dus niet aanzien als een kolonie.

Dekolonisatie en gastarbeid zorgden voor een eerste stroom. En meteen voor discussie. De toespraak van Enoch Powell, toen schaduwsecretaris – en dus ministrabel – bij de Conservatieven voor defensie, met als titel ‘Rivers of Blood’ werd publiek gemaakt en betekende het einde van zijn carrière. Er zijn zo nog toespraken die publiek zijn geworden met gevolgen maar de beeldspraak naar een plunderingen door Oost-Gothen van het oude Rome waarmee een dame waar de man mee sprak ging te ver voor politiek Groot-Brittanië.

Dat belet niet dat eind de jaren ’60 er al reactie kwam van uit vakbondskringen op gastarbeid omdat dit werd gebruikt om de lonen te drukken. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in onder meer Vlaanderen en Frankrijk (Marion Maréchal vermeldt dit ook in haar boek).

De beweging die momenteel – tot ergernis van de leidende bestuurders – actie voert is vooral rond figuren als Martin Sellner en ook Dries van Langenhove. Maar eerst de auteurs eens bekijken.

Welke auteurs?

Jean-Yves Le Gallou en Martin Sellner stelden hun ideeën op papier. Twee totaal verschillende personen.


Jean-Yves Le Gallou (1948) werd eerst lid van de toenmalige rechts-liberale partij van Valéry Giscard D’Estaing maar evolueerde via de Club de l’Horloge en het nieuw-rechtse GRECE naar het toenmalige Front National. Daar was hij één van de architecten van ‘La préférence nationale’ wat mee vorm gaf aan het ’50-puntenplan’ van Bruno Mégret waar hij nauw mee samenwerkte (1991) rond immigratie. Het zou in Vlaanderen mee de basis vormen van het ’70-puntenplan’ van het Vlaams Blok een jaartje later.

Le Gallou vertrekt met Mégret eind de jaren ’90 en speelt partijpolitiek geen grote rol meer. Momenteel is hij betrokken bij de partij van Eric Zémmour – die trouwens ook een boek rond remigratie schreef – en blijft de verhouding met het wat nu het Rassemblement National is geworden – slecht. Bij het overlijden van Jean-Marie Le Pen was hij de enige van de toenmalige dissidenten die niet in positieve zin getuigde bij de uitzendingen van de Franse publieke omroep.

Het voorwoord van zijn boek wordt verzorgd door Martin Sellner en dat is meteen de auteur van het tweede boek.

Sellner (1989) is geboren Oostenrijker en dat maakt het thema daar net gevoeliger. Hij wordt aanzien als een figuur van ‘alt right’, wat al eens verward wordt met nieuw-rechts. Op jonge leeftijd werd hij vooral bekend omwille van provocatorische stommiteiten – dat wordt bij iedere vermelding van zijn naam herhaald – maar heeft daar nu afstand van genomen en is hij een frontman van de identitaire beweging. Dat bezorgt hem aardig wat problemen om naar het buitenland te trekken.

Een uitzending van de Duitse openbare omroep ZDF waar de man op een ‘geheime’ conferentie concrete plannen hebben voorgesteld voor een remigratie van miljoenen eindigde met een sisser voor de openbare omroep: voor een rechtbank werd de stemmingmakerij door de pers verboden. Het belette niet dat bijvoorbeeld enkele leden van de CDU uit de partij werden gezet. De relatie met de AFD is ook niet goed.

Het zijn dus beiden moeilijke personen die gemeen hebben dat ze remigratie centraal zien voor de 21e eeuw. De vraag is dan wel wat remigratie juist is.

Remigratie

 

Eerst links beginnen
‘Vergeet niet: eerst is er Frankrijk, vervolgens is er de staat , en voor zover de belangen van die twee worden veilig gesteld, is het recht’

Charles de Gaulle

Dit citaat is toegeschreven aan de toenmalige president van Frankrijk bij de benoeming van Jean Foyer als minister.

Die volgorde is volgens Le Gallou – en hij niet alleen, denken we maar aan een trits bewindsvoerders waaronder De Wever die de prioriteit van de politiek eisten boven de Europese rechters – niet meer zo. En dat is vooral het gevolg van de verglijding van het recht.

Le Gallou gaat terug in de tijd om te stellen dat Europa pas na WO II te maken heeft met grootschalige migratie. Doorheen de eeuwen zijn er migraties geweest maar dan vaak als gevolg van conflicten zoals religieconflicten.

Vandaag staat Europa voor een demografisch probleem: de bevolking loopt terug.

Le Gallou stelt dat de discussie rond remigratie al bezig is van in de jaren ’70 maar eerder als ‘inversion migratoire’. In Frankrijk duikt de term ‘remigratie’ op rond 2010 bij een degrowth ecologist. Die term kwam samen met een term die momenteel in Frankrijk tot felle discussies leidt: anti-blank racisme.

Le Gallou identificeert 5 groepen die in het remigratiemateriaal passen: stopzetting van immigratie, terugzending van illegalen en criminelen, intrekken van de verblijfsvergunning voor wie zich niet kan onderhouden zonder steun te vragen, intrekking van de nationaliteit voor personen met de dubbele nationaliteit die niet geassimileerd zijn of vijandig tegenover onze samenleving en stimuleren van wie zich niet wil assimeleren.

Met de ervaring die Le Gallou heeft is zijn boek eerder een historische onderbouw waarom remigratie kan, mag en moet. Dat is een fundamenteel verschil met Sellner maar daarover verder meer. Le Gallou wil het debat opstarten. En dat is al moeilijk genoeg.

Recent nog was er op organisatie van de Zwitserse Volkspartij een referendum om het bevolkingsaantal te limiteren en immigratie aan banden te leggen. Dat leidde meteen tot een campagne waar Trump en ICE bijgesleurd moesten worden om te beletten dat er een meerderheid ging komen. De goedkeuring zou trouwens tot een verslechtering van de verstandhouding met de EU hebben geleid.

Le Gallou verwerpt de gelijkenis met de natives in Amerika: anders dan de beperkte bevolking daar is Europa dicht bevolkt. Hij wijst wel op de conflicten rondom de islam waarmee hij de ‘Botsende beschavingen’ van Huntington volgt.

Remigratie is trouwens een politiek middel geweest: het maakte deel uit van vredesverdragen. De internationale conferenties tussen de Sovjet Unie, het VK en de VS leverde een ongeziene uitdrijving van Duitsers van allerlei origine, Polen en andere uit verschillende gebieden. En dat leidde na de val van de Sovjet Unie tot spanningen in onder meer de Baltische staten die tot op vandaag veder lopen.

In een andere context organiseerde de politiek af en toe beleid richting remigratie: Le Gallou vermeldt zo dat ten tijde van het presidentschap van Giscard d’Estaing er terugkeerondersteuning kwam met als bedoeling de Algerijnen terug te laten keren. Het bleken evenwel Spanjaarden en Portugezen te zijn die terugkeerden na val van respectievelijk Franco en Salazar. Een overwogen gedwongen terugkeer van de Algerijnen kwam er niet. Tussen 2006 en 2012 werd hetzelfde geprobeerd met de Roma’s al bleken die verschillende keren langs de kassa te passeren.

In het boek van Sellner wordt verwezen naar het beleid eind de jaren ’80 in Duitsland onder Helmut Kohl die met een beleid – toen de EU nog niet zo ver was en het Ijzeren Gordijn er nog stond – een negatieve migratie kon realiseren. Het bleek van korte duur en het was ook een tijd dat met de Republikaner een partij rechts van de christendemocraten succes boekte.

Maar voor Le Gallou is de huidige migratie een vorm van tegenkolonisatie waar geweld door de nieuwkomers niet wordt gemeden zoals tijdens oudejaarsavond 2015 in Keulen. Een gelijkaardig verhaal daar is in Zweden. Een land waar migratie lang bijna onbestaande was maar waar de koers bijna 180 graden is gekeerd na bendegeweld door vreemdelingen in enkele steden. Het laatste land waar de spanningen zich stellen is op het Ierse eiland, zowel in het noorden als in het zuiden.

Maar het beleid beloont illegaliteit volgens Le Gallou. Uit heel wat Afrikaanse landen komen gelukzoekers die na een jaartje beloond worden met medische zorg, sociale woningen,… zonder iets bij te dragen. Een land als Denemarken – die geen deel uitmaken van Schengen en opt-outs hebben op het Europese beleid – draaide al langer de kraan dicht met een sociaal-democratisch beleid.

Dus wat is het beleid dat hij voorstelt? Vooreerst moet de klok teruggedraaid worden: weg van het recht op immigratie dat sinds de jaren ’70 door de generatie van mei ’68 is doorgeduwd door een schuldcomplex op te hangen voor wat er allemaal mis is gegaan tot de Holocaust toe. Het vervolg van de gastarbeid was de gezinshereniging. Pogingen om dit te beperken botste al in de die jaren op voorzet bij rechtbanken. De EU heeft het beleid daar eigenlijk naar zich toegetrokken.

Vervolgens kwamen de ‘minderjarige’ asielzoekers. Tot slot zijn er steeds meer individuen die gebruik maken van een lidmaatschap van een bedreigde groep. Eigenlijk heeft dit allemaal niks meer te maken met de Conventie van Genève.

De kern van zijn boodschap is de Jugexit: de kern van het beleid moet terug bij de verkozenen en het volk komen en niet langer bij de rechtbanken. Rechtbanken die allerlei internationale verdragen interpreteren volgens hun – progressieve – logica. De laatste tekst in de trend is het ‘Marrakeshpact’. Le Gallou heeft nagekeken waar die rechters vaak uitkomen: NGO’s, progressieve partijen of uit de kringen van de vaak vernoemde joods-Hongaarse ‘filantroop’ Soros waar rechtstreekse lijnen te vinden zijn in het Europees en andere parlementen.

Want die rechtbanken doen meer dan beletten dat immigratie beperkt wordt. De vrijheid van meningsuiting wordt verder aan banden gelegd. Maar ook de regeringen doen er vaak toe. Meest flagrante voorbeeld waren recent Filip Dewinter en Dries Van Langenhove die de toegang tot het Verenigd Koninkrijk werden ontzegd. Je moet het niet eens zijn met een mening maar een zetelend parlementslid de toegang ontzeggen tot land? Soit, het verzet er tegen zal even betekenend zijn als het protest tegen de kwijtschelding van de schorsing van Balogun na het telefoontje van Trump aan nog zo’n overtuigde internationalist Infantino.

Daarnaast wil Le Gallou uit Schengen stappen. Dat moet het vrij verkeer aan banden leggen. Sommige landen houden al grenscontroles. Asiel moet ook streekgebonden blijven. Daarnaast moet gezinshereniging afgeschaft worden. Dat geldt vooral voor huwelijksmigratie in twee gevallen: huwelijk van twee niet-staatsburgers om zich te vestigen en dat van huwelijken van staatsburgers met niet-staatsburgers van buiten Europa.

Fundamenteel moet ook de mentaliteit veranderen die immigratie voorstelt alsof de immigranten ‘het werk zullen overnemen’. Dat is de ideologie van onder meer de EU.

In de praktijk blijkt dat niet te kloppen. In het boek van Sellner wordt verwezen naar de dalende kwaliteit van het Duitse onderwijs in de PISA-testen. Wij kennen het verhaal in Vlaanderen ook. Migratie legt een last op het bestaande systeem en levert geen werknemers op die de leegte kunnen opvullen.

Tot slot is er de ‘studentenmigratie’. Wie van mijn leeftijd is zal zich wel de Zaïrese (ja, toen…) studenten voor dokter herinneren die boekjes verkochten om hun verblijf mee te bekostigen. Of er veel terug zijn gekeerd? Twijfelachtig. Maar daar pleit Le Gallou voor strengere controles op economische draagkracht, intelligentie… kortom: ze moeten bewijzen het aan te kunnen en het waard te zijn.

Tot slot is er de remigratie zelf. Voorwaarde om daar aan te beginnen is de mentaliteit te veranderen door de migratie-industrie zelf aan te pakken. En dat gaat in eerste fase over allerlei groepen en NGO’s. Het subsidieverhaal. Waar kennen we dat nog van?

Het beleid moet vertrekken van de ‘préférence nationale’.  En de groepen waar het over gaat stonden al beschreven. Le Gallou verwijst ook naar het risico op geweld. Sellner wijst hier ook op en dat dit een kost betekent al is het ook nu al duidelijk dat de overheid het regelmatig moeilijk heeft om de orde te handhaven.


Remigratie - een voorstel

 

En nu het rechtergedeelte
Zijn boek ‘Remigratie een voorstel’ vertrekt van de stelling dat als Duitsland een democratie wil blijven de Duitsers terug de meerderheid moeten worden in het hele land en het Duits de Leitkultur moet zijn in plaats van het multiculturalisme. En daar is remigratie het middel toe.  Qua berekeningen is het voor hem moeilijk om gegevens te vinden. Een gebrek dat we in heel Europa kennen want naar aanleiding van de problemen tijdens de Gentse Feesten stelde Peter De Groote in ‘De Tijd’ in zijn inleiding dat dit net het debat verziekt en waar die er wel zijn het wel lijkt mee te vallen (25/07/2026).

Het bevolkingsbeleid in Duitsland bestaat vooral uit een vervangingsmigratie. Een beleid dat gesteund wordt door onder meer de VN maar ook de EU. Zonder die migratie zou de Duitse bevolking nu rond de 70 miljoen zitten in plaats van 80. In Oostenrijk nog 6 miljoen in plaats van 9. Alleen brengt die migratie een toenemende islamisering mee. Daarnaast blijken asielzoekers vooral jongere mannen te zijn. Kritiek daarop geven is moeilijk gezien het blijvend hameren op het beladen historisch verleden van Duitsland en eigenlijk ook Oostenrijk waardoor dit een deel van het DNA is geworden. Een vorm van geïnstitutionaliseerde zelfhaat die enkel in de oude Bondsrepubliek vorm is gegeven.

En daar zit bij Sellner de start van het verhaal: weg van de negatieve benadering van de Duitse identiteit en een evolutie naar een moderne, realistische benadering dat assimilatie mogelijk moet maken maar ook een gezonde gezinspolitiek bij de eigen bevolking.

Of die vreemdeling nu uit een islamitisch land komt of niet de kern is inderdaad assimilatie. Hij omschrijft het als een vorm van adoptie waarbij het burgerschap pas op het einde van het verhaal volgt. Maar de inspanning wordt wel van de individuele nieuwkomer verwacht. En dat kan enkele generaties duren zoals het verleden al bewees. Zo’n langlopend proces beperkt de toestroom wegens anders onwerkbaar. Het maakt dat over alles ‘onderhandeld’ moet worden en dat dit tot spanningen leidt. Het hoofddoekenverbod in openbare instellingen is daar zeker eentje van.

Maar het is voor hem wel duidelijk dat de huidige islam integratie/assimilatie belet en tot de privé-sfeer moet belet worden. Dat betekent dat er een Europese islam moet komen en dat bijvoorbeeld de bouw en de vorm van moskeeën aan strenge regels moet onderworpen worden.

Het staatsburgerschap is dan ook een contract waarbij de nieuwkomer zich expliciet verbindt met het nieuwe land. Een aantal landen hebben dergelijke bepalingen. Het moet ook beletten dat er naderhand discussies ontstaan over het intrekken van die nationaliteit omwille van bijvoorbeeld extremistisch islamitische gedragingen en uitspraken. Sellner wil dan ook een assimilatiemonitor waar via enquêtes het proces opgevolgd wordt.

Daarenboven moet die monitor de belasting van migratie bekijken waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen nationaliteiten. Zijn voorbeelden zijn Afghanen (zware belasting) en Litouwers (lage belasting). Het gevolg van die stelling is dan ook dat de Afghanen al oververtegenwoordigd zijn en er ofwel gerichte assimilatie moet komen van individuen of een gerichte remigratie. In Iran zijn ze toch minder voorzichtig geweest met dat laatste.

 Welke groepen bekijkt Sellner? Vooreerst de asielzoekers, vervolgens ‘andere vreemdelingen’ en vervolgens ‘niet-geassimileerde staatsburgers’. Quota volgen uit economische, criminologische en culturele belasting.

Bij asielzoekers is de vraag hoe lang de bescherming moet duren. De discussie over Syriërs is daar niet vreemd aan. Nu wordt het asielrecht gebruikt om een keuze te maken voor hervestiging en worden procedures in functie daarvan gerokken. Daarnaast moet het terug een individueel recht worden en geen groepsrecht. Iets waar Le Gallou het ook al over had.

Daarnaast pleit Sellner voor pushbacks op de Middellandse Zee.  Wie de recente beelden zag in de Spaanse exclave Cueta of vroeger aan de Pools-Wit-Russische grens vroeger weet wat dit niet uitvoeren inhoudt. Sellner pleit ook voor de oprichting van een stad/steden in het noorden van Afrika om dergelijke asielzoekers op te vangen waar de procedures afgewerkt worden. De Britten probeerden dit met Rwanda al liep het daar vast op rechtspraak.

Daarnaast wil hij de ‘asielindustrie’ van advocaten en ngo’s droogleggen.

Bij de ‘andere vreemdelingen’ had hij het al over de assimilatie met als einddoel de nationaliteit. Daar wil hij de verblijfsvergunning intrekken bij criminele feiten. Bij wie te lang werkloos is zou dat ook moeten. En wie een verlopen vergunning heeft moet desnoods op zijn kosten uitgezet worden. In Zweden werd het beleid in 2023 op dat punt drastisch omgegooid.

Daarnaast komt er een apart sociale zekerheidsstelsel waarbij uitkeringen in eerste fase in natura worden verstrekt. Wie illegale zwartwerkers in dienst neemt wordt zwaar gestraft. Daarnaast wil hij het tonen van buitenlandse vlaggen en symbolen verbieden.

Tot slot zijn er de genaturaliseerde maar niet-geassimileerde vreemdelingen. Daar is de realiteit van het beleid van het verleden waar laks is omgesprongen met testen. Maar dat betekent niet dat willekeurig rechten kunnen ontnomen worden. Daar is de druk om te assimileren van belang. Maar kan bij misstappen de nationaliteit ingetrokken worden. De kern is wel dat de parallelle samenlevingen verdwijnen en dat wie zich niet wil assimileren het pad van remigratie als alternatief krijgt.

Over welke aantallen gaat het? Hier wordt begonnen met te stellen dat er geen betrouwbaar cijfermateriaal is. En dat is een bewuste beleidskeuze samen met ‘anti-discriminatiemaatregelen’. Sellner schat toch dat het over een kleine 10 miljoen – verdeeld over de categorieën – in Duitsland zou gaan.

Juridisch is het met de huidige wetgeving moeilijk om met remigratie te werken. Alleen is het de vraag wie de wetgeving bepaalt. Daar komt de assimilatiemonitor terug van achter de hoek alsook immigratiequota, grensbescherming en een aanpassing van de verdragen voor asielzoekers. De kern van het probleem ligt daar volgens Sellner niet zozeer bij het VN handvest en het EHRM maar bij de bepalingen van de EU. Al zijn de uitspraken van gerechtshoven vaak aanleiding voor een aanzuigingseffect zoals in Italië en recent in Spanje. Maar de EU zelf slaagt er niet in om zelf de grenzen te beschermen zodat landen als Hongarije en Polen zelf initiatief namen in het verleden.

En dan is er uiteraard de nationale wetgeving. Al staat die onder sterke druk van de EU. Sellner sluit geen Dexit uit. Maar dieper ingaan op de Duitse nationale wetgeving zou het te technisch maken.

Vervolgens bekijkt Sellner de economische aspecten van remigratie. Vooreerst is er de kostprijs van het huidige model waarbij de illegale immigratie nog steeds beloond wordt door toegang tot sociale voorzieningen. Het maakt dat de kostprijs voor grensbewaking eigenlijk een cynisch gevolg geeft: zolang er de beloning is bij binnenkomst zal de bescherming altijd onder druk blijven van mensensmokkelaars die er hun verdienmodel van maken. Maar fundamenteel moet de beloning weg zoals in de Arabische landen: daar krijg je geen verblijfsvergunning na een illegale binnenkomst.

Het principe van een stad te bouwen in Noord-Afrika was er al. De financiering komt uit ontwikkelingshulp. Wie illegaal probeert Europa binnen te komen wordt naar die stad gebracht. Op die manier zou die stad een ontwikkelingsmodel kunnen zijn voor de regio.  

Het argument tegen een ‘grootschalige ‘uitzetting verwerpt hij dan weer. Bij binnenkomst kan het bijvoorbeeld wel. Daarnaast is het probleem vaak dat er bij uitzettingen geweld wordt gebruikt om dit te beletten. De vrees voor grootschalig geweld bij uitzettingen keert hij om: momenteel zijn in delen van steden het recht vervangen door etnische bendes. Daar is ook een kostprijs aan verbonden die niet in rekening wordt gebracht. Daarenboven zijn de bendes ook geen homogene groep. Een breed front zal er volgens hem niet komen.

In globo verwerpt hij de stelling dat de remigratie de economie zal schaden. Momenteel is er een prijs die betaald wordt door de immigratie die steeds verder oploopt. Die groeiende onveiligheid gaat ten koste van de modale burger die een steeds hogere prijs moet betalen om groepen in bedwang te houden die geen meerwaarde betekenen op economisch vlak. De immigratie uit bijvoorbeeld Afrika levert vooral ongekwalificeerde jonge mannen op. Door die immigratie ‘heft’ Duitsland zichzelf op zoals Thilo Sarrazin al stelde.

En tot slot het morele: waarschijnlijk het belangrijkste om tot een remigratiebeleid te gaan. Want krijgen we niet telkens dezelfde verhalen te horen en te zien als het om een (gedwongen) terugkeer gaat? De vraag is dan ook fundamenteel: zijn het de individuele rechten die primeren (in de zoektocht naar een ‘beter’ bestaan) of de collectieve van de samenleving die de kansen moet voorzien? Want voor de autochtone inwoners van de landen van ontvangst is er geen alternatief meer.

Met de recente voorvallen in de Spaanse exclaves in Afrika is het ook maar de vraag wie we juist toegang geven tot onze landen. En daarnaast is dit geen oplossing voor de landen van herkomst. Het zijn immers hun jongeren die vertrekken. Het lost de armoede in die landen niet op.

Hij beëindigt zijn boek met een reeks gevalstudies van remigraties. Die zijn niet allemaal even geweldloos verlopen.

Remigratie, een optie?

De referentie als het om 
gevolgen van grootschalige migratie 
gaat
Het zijn 2 boeken over een thema dat hier nog niet aan de politieke agenda staat. Dat is anders in andere landen: in Frankrijk is het debat – waar ook het anti-blankracisme met een recente uitspraak als verzwarende factor voor de rechtbank nu ook centraal komt – al een tijdje aan de gang.

Discussie over remigratie is een discussie in golven: waar het begin de jaren ’90 nog deel uitmaakte van de visie op de positie van vreemdelingen bij heel wat partijen verdween dat bij de millenniumwisseling naar de achtergrond (‘Het zijn onze kutmarokkanen’ stelde Fortuyn) maar dan zijn er recente beleidskeuzes en vooral non-beleid die dit weer actueel maakt.

Het is ook wel duidelijk dat landen waar immigratie vrij recent is (Zweden en recent Ierland) het beleid snel strakker is geworden onder druk van opkomende partijen op de rechtervleugel. Andere landen houden de deur gewoon dicht zoals Polen en Hongarije. En andere landen zijn niet interessant voor de inwijkelingen.

Le Gallou vertrekt van uit het verleden. Dat is een mooie historische benadering en interessant voor de anecdotiek. Zoals het politieke debat in Frankrijk in de jaren ‘70. Sellner spant mijns inziens het paard voor de kar: voor een metapolitiek debat is dit boek te veel gericht op concrete maatregelen. En dat is de val waar de verschillende versies van het ’70-puntenplan’ indertijd zijn ingelopen waarbij dan concrete punten buiten context werden gehaald. De reden ook waarom het eind de jaren ’90 naar de archieven is verwezen.

Metapolitiek is een proces voor langere termijn. We komen uit een tijd waar de progressieve krachten zich ingegraven hebben in de loopgraven van de instituties, media, onderwijs en recht. De spanning tussen de instituties en een groot deel van de bevolking loopt bij momenten op maar is niet van dien aard om een grondig ander beleid te gaan voeren. Dat het kan blijkt ook wel uit het verleden.

Globaal gezien blijkt migratie ook een politiek wapen te zijn tegen de Westerse landen. Wit-Rusland vloog vreemdelingen in om die dan af te zetten aan de grens met Polen en Servië stuurde wat graag de vluchtelingen uit Griekenland naar de Kroatische grens. En wat Marokko met momenten doet is niet even duidelijk. Het Westen probeert dan wel akkoorden af te sluiten – om te beginnen met Khadaffi in Libië indertijd – maar daar spelen de lokale regimes ook hun rol. Dat die ook niet vreemd zijn van een afkeer tegen immigratie uit andere landen bleek al in Tunesië en helemaal aan de andere kant van het continent in Zuid-Afrika.  En het feit blijft dat de rijke Golfstaten niet zitten te wachten op hun geloofsbroeders.

Strijd tegen illegale migratie zal ook een aantal rechten in twijfel trekken zijn. Zoals in sommige landen identificatie verplicht zal moeten worden. Bij ons is dat al lang zo maar dat is in het VK bijvoorbeeld niet.

Ook zal de appetijt om naar hier komen moeten beperkt worden. Zoals het recht op uitkeringen en gezondheidszorgen. En zwartwerk moet inderdaad van beide kanten aangepakt worden in de fillières.

In welke mate dit afbraak doet aan internationale verdragen? Dat is af te wachten maar het kan ook niet de bedoeling zijn dat rechten maar in één richting werken. Dat gevoel is er steeds meer.

Nee, kiezen voor remigratie voor een aantal groepen lijkt logisch (illegalen, criminelen) maar net door de complexiteit van de internationale wetgeving veel moeilijker. Het individuele recht geldt zeer sterk tegenover de kostprijs voor de opvangende samenleving.

En fundamenteel is het begin van remigratie het beloningsmodel voor illegaliteit aan banden leggen. En laat daar in Europa vaak maar een begin mee gemaakt worden en even snel verlaten wordt voor kortetermijnverhalen.

Het concept van remigratie wordt op een karikaturale manier voorgesteld. In de media, door de Europese commissie en noem maar op. 500.000 handtekeningen werden aan de kant gezet als ‘ongewenst’ om een debat er over te voeren. ‘Ongewenste debatten’ kennen we. Dat eindigt meestal in het resultaat dat men niet wil.

En tsja, laten we eindigen met een citaat van Jordan Bardella in ‘De Tijd’ van 13 maart jongstleden: “Omvolking is geen theorie, het is gewoon het gevolg van jarenlang ongecontroleerde migratie. Het uitzicht, de cultuur en de identiteit van heel wat Europese buurten is daardoor totaal veranderd. Iedereen heeft de beelden uit Parijs gezien, toen jonge relschoppers na de finale van de Champions League vernielingen aanrichtten, handelszaken plunderden en de politie aanvielen. Vaak liepen ze rond met buitenlandse of Palestijnse vlaggen. In Frankrijk worden we geconfronteerd met een generatie die misschien wel in ons land leeft, maar van wie het hart zich in ander land bevindt. Dat is de grote mislukking na 40 jaar non-beleid.” Is het dat wat we verder willen?