donderdag 25 juni 2026

Reisverslag 2023 Roi des Coeurs

Op de laatste dag volgde nog een bezoekje aan een Bretoense whiskydistilleerder.
 
Voor het bezoek aan distilleerderij La mine d’or werd het 45 minuten rijden van Auray naar het binnenland van Bretagne. Ploërmel met name.
Stéphane Kerdode was vroeger één van de leidende figuren van de brouwerij Lancelot. Sommigen kennen die misschien van de Breizh Cola (nu ook in light en zero versie te vinden. In Bretagne). Maar in 2016 ging die zelf verder, kocht een oude hoeve en renoveerde die. En bouwde uiteraard bij aan.
De naam Galaad was een logische keuze: Galaad (of Galahad) is de al dan niet bastaardzoon van Lancelot. Zoals vorig jaar al gezegd: de Bretoense versies over Koning Arthur durven nogal eens verschillen… de man van het toeristisch treintje bracht het zelfs zo ver om hem in de 10e eeuw te zetten als architect van het kasteel van Auray.
Opgestart in 2016 botste de distilleerderij al snel op Covid. Wat maakt dat ze eigenlijk pas sinds 2022 te bezoeken is. Bij Naguellan wisten ze me er vorig jaar al over te vertellen. Maar ondertussen zijn de brouwerij (niet te bezoeken) en de distilleerderij van elkaar gescheiden.
Dat wist mijn gidse te vertellen. Want ik was… de enige bezoeker op dat moment. En dan wordt het leuk want dan kan je vragen stellen.
De distilleerderij zal deel uitmaken van de groep die naar een eigen etiket streeft voor de Bretoense whisky. Naast whisky wordt er ook gin (met aardbeien) en een muntdrankje gemaakt op 24% alcohol. Dat Britse toeristen – die er blijkbaar veel minder zijn – dat gaan lusten lijkt logisch. Maar niet echt mijn ding.
Maar goed de rondleiding begon in de brouwerzaal. Whisky en bier beginnen eigenlijk op dezelfde manier. Behalve mouten doet de distilleerderij alles. Klassiek. En het is gerst. De liefhebbers van boekweitwhisky zijn er meteen aan voor de moeite… Ze kijken uit naar Bretoense gerst. Water komt uit het Brocéliande-bos. 
 
De vaten zijn in een eerste fase Bourbon-vaten geweest maar ze werken nu met Europese eik die in vaten wordt verwerkt in de Bordeaux-streek door een ambachtsman. Voor één botteling is de branding zo sterk dat je de indruk krijgt dat het een sherry-finish is maar niks daarvan.
Er zijn 2 verschillende distilleer-installaties: één volcontinu en één die we bij whisky eerder kennen (zie beide foto’s). Er wordt daar 2 keer gedistilleerd.
 
Zoals gezegd: rijping gebeurt in vaten van Europese eik: de basis zijn de verse vaten uit de Bordeaux en narijping gebeurt in cognac-vaten. Een tendens die meer en meer opduikt en in de Bretoense context logisch is. De productie bedraagt 400.000 flessen per jaar. Dat is niet heel veel maar in lijn met onder meer Les Menhirs (Eddu) en Armorik. De warehouse gaf nog niet echt veel reuk – wat je toch verwacht.
Maar goed, dan het proeven…
 
Zoals gezegd: de eerste botteling was op Bourbon (2017) maar die was er niet meer. Dus kreeg ik de 2018 op Franse eik met een alcoholvolume van 44.5% . Een aangename whisky – een beetje aperitief – met een lange nasmaak. De distilleerderij verdunt de whisky van ruim 60% alcohol over een periode van 5 maanden naar het alcoholniveau zoals vermeld om de smaken en de geuren niet te verdrinken.
De tweede was een rum-finish. En dat mag je gerust zeggen: de vaten worden vol gekocht, geleegd (en gebotteld) waarna vrijwel onmiddellijk de whisky in
het vat gaat. Om er uit te komen met 48% alcohol. Een stevige knaap die zich laat gelden en zeker niet te zoet is. En dat is iets waar ik niet voor te vinden ben.
 
De derde botteling had het daarmee wat moeilijk: La table des Chefs. Op 47.1% maar een project van de distilleerderij met de sterrenzaken in Bretagne. Dat moeten er een 40-tal zijn met een nogal sterke concentratie rond Vannes. Dit is een mix van enkele vaten met nuanceverschillen en wordt enkel verkocht in de lokale shops of via die restaurants die ze in bereidingen gebruiken. Bij kreeft bijvoorbeeld. Iets voor de modale jan.
 
Maar uiteindelijk keerde geen enkele van die flessen mee terug.
 
Vorig jaar had ik het bij ‘Les Menhirs’ ( https://www.distillerie.bzh/whiskies/)) over de brand in het bos van Brocéliande. Een deel van het mythische bos ging in vlammen op. Er is maar een deel van dat bos beschermd. Maar het raakte de echte Breton duidelijk diep in ’t hart.
 
De zoons van Stéphane Kerdode krijgen op zomerzonnewende – 21 juni voor de ongelovigen onder ons – een vat dat ze mogen bottelen voor het goede doel. ‘Le Roi des coeurs’ krijgt een etiket getekend door een lokale kunstenaar en dat maakt iedere botteling uniek. Ik heb de kans niet gehad om die te proeven. Maar ze mag nu wel plaats nemen in de voorraad. Een beetje duurder, dat wel.
 
Het doel dit jaar is een perceel van het bos van Brocéliande te herbeplanten om Europese eik zodat die binnen 80 jaar hopelijk kan dienen om nieuwe whisky te laten rijpen. En zo niet? Merlijn houdt wel een oogje in het zeil zeker?
En kwestie van alles in stijl af te werken: ruim een kilometer verder was een ‘routier’ waar je voor een heel zacht prijsje een verzorgde lunch kan nemen… kan het meer vakantie zijn om af te sluiten?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten